meisje vingert zichzelf klaar homos pijpen elkaar

Escort girls limburg slavin biedt zich aan

TANTRA MASSAGE VENRAY GRATIS GEILE S

Maarje meugt wel gelooven, dat’er eertijds een plaats Nesle genaamt was, waar de lieden met hoopen heimelijk en vermomd ’t zamen sloopen, daar toen de Godspraak [ Orakel eertijts tot Parijs ] van Lutece was, waar van men nu naauwlijks eenig geheug meer heeft. Daar wierd het ongeval van ’t ontvoeren der klokken voorgestelt. En hoewel ettelijke der [ p. Hoe Meester Janotus van Bragmardo         werd afgevaardigt, om van Gar-         gantua de groote klokken weder te         vorderen.

A Ls zig meester Janot op zijn grootscheeps, of heerschaps, had doen scheeren, sijn ouwerwetze koekeloere-lapsak aangedaan; en zijn maag met gebak en gebraad wel gevoedert en gevult; zijn hartje gelaaft, en versterkt met het beste wy-waater uit de kelder; stelde hy zich in staat om zijn gezandschap te vervorderen. Terwijlze ter deuren in traaden, ontmoetde haar Ponocrates, die een grilling en schrik op zijn lijf kreeg, toen hyze zoo bijster toegetaakelt en vermomd zag: Evenwel wat bedaarende, ging aan een van de leerweerdige onwijze meesters der bende bevragen, wat ze met [ p.

Waar op hem wierd geantwoord: Zoo haast Ponocrates dit gehoort had, liep hy flux naa binnen, om Gargantua deze tijding te brengen; op dat hy terstond tot het antwoord gereed en afgericht mogt zijn: Gargantua hier-af verwittigt wezende, wenkte zijn meester Ponocrates, Philotimus zijn Hofmeester, Gymnastes zijn Schild-knaap, en Eudemon, met hem ter zijden af te treeden: Aller gevoelens vielen daar heen, dat men deze deftige mannen in den kroeg- of kroes-kamer en zuip-zaal zou doen leyden: En, op dat dezen ouden kugchelaar zig dien ydelen roem niet mogt aanmaatigen, dat de klokken op zijn zober verzoek waren wedergegeven, zoumen terwijl hy zich vol en zad zoop de Schout van de stad, d’opper-meesters van de Hooge-school [ Rector Magnificus ], en den Priester van ’t karspel aldaar doen haalen; en aan den zelve, eer den gaauwen Gezant eens zijn last geoopent, of voorstel gedaan had, de klokken van zelf weder overleeveren: Hoedanig Meester Janotus de Brag-         mardo zijn reede voor Gargantua         dee, om de klokken weder te bekoo-         men.

E hem, Ehom, gen dag min he - Heer, gen da-ag gy me min he-Heeren. Het zal niet me-heer als goehoed zijn, dat gehy ohons ohonse klohokken weder geeft; wahant wyze zeheer van nohooden hebben. Hem, cha, chasch, stuf! Wy hebben’er wel eeheer goed geheld voor geweheygert, dat de Lohondenaars ons dahaar voor aanbooden: Doch geeft gyze ons weder op mijn verzoek, zal ik zes bondels worsten gewonnen hebben, met een paar braave koussen, die mijn beenen groot goed zullen doen, zoose my slechs woord hou- [ p.

Iaa by get mijn Heer, een paar koussen is my zoo min niet Vir sapiens non abhorrebit eam een wijs man zal’er niet vervaart voor wezen. Ho, Ho, Al wie wil zal geen paar koussen krijgen.

Wat my aangaat, ik weet het wel. Wat dunkt u, min Heer, ’t is maar achtien dagen dat ik mijn hooft en herssenen schier te bersten gepeinst heb, om deze zo schoone aanspraak t’ zaamen te timmeren en metzelen. Reddito que sunt Caesaris Caesari: Ibi jacet lepus daar leidt den bruy, ’t liedtjen is uit. Ego occidit unus porco ik heeft een verk geslaag: Et ego habet bonus vino en ik hebben goet wijn: Maar door den besten wijn, spreektmen wel slimst duyts of latijn.

Nu ’t sa, lustig dan bidd’ ik wat ik bidden kan date nobis clochas nostras geef ons onze klokken weer. Siet daar hebje van wegen de Broederschap unum sermones de utino een reeden van verzoek, datje ons doch nos cloches onze klokken geeft. O monster Domine, clochidonnaminor nobis, dea est bonum urbis Ey guiten Heer, beklokschenk ons doch, ’t is immer Stads-goed.

Ian alle man heeft ’er dienst van; Ofze aan jou beest wel voegen, zy konnen ons Schoolhouders beeter [ p. Que comparata est jumentis insupientibus? Ik had het op mijn briefjen evenwel aangeteekent: Ehem, chasch charasch, ik bewijsje immer al datje se me weer moet geven. Hey, dat is braaf gebabbelt. Het is uit de derde van d’ eerste van Darii, of elders. En naa deezen en dient me niet anders als goeden wijn, een goed bed, de rug aan ’t vier, de buik aan tafel, een diepe wel gevulde schotel.

Och Heertje, och helpme, ik houwje als een heylichje, en bidje om Allerheiligens wil, datje die goede wille willen wilt, datmen ons de klokken zonder jokken, en slokken, weder doe op-dokken; en de heer behoedje voor alle quaad, en onze Liefvrouw voor gezondheid: Teunis vaar in je knapzak, Ehem chas chascheras kak-zak zou ik zeggen. Unum enim vero quandoquidem dubio procul, [ p. Daarom zullen wy, zoo lang gyze ons niet weder overlevert, niet nalaten u na te loopen en krijtten, datwe ons beschijtten; als een blindeman die zijn stok mist; tjanken als een hond die zijn steert afgehouwen is; en u altijd op den hals hangen als een nar diemen zijn bellen benoomen heeft.

Een quidam slechten bloed-beuling Latinisateur van een Latijn-rabbelaar, woonende by’t Gasthuis, zeyde eenmaal; dat hy hertelik wenschte, dat alle klokken van pluimen, en de klepels van vossen-staarten waren; om datze, als hy in ’t heevigste van zijn hooftbreeken en rijmdichten was, hem de herssenen heel omthutzelden, en al den huisraad daar in over-hoop haalden, daar door hy dikwijls husteron proteron romps-slomps, luk-raak, boter in d’ as, speelen moest.

Waar toe hy noch by te brengen wist de geloofwaardigheid van eenen Tapponnus hou! Maar nec petitin, petetac, ticque, torche, lorgne of hy schold of bad, hy kreeg die bout in ’t gat; hy wierd opentlijk voor een ketter verklaart.

Wy weeten van hutzelen noch futzelen; wy dichten en doen onse dingen, en kakken onze keuteltjes zo net, ofse uit een wasje gedraayt zijn.

En daar mede besluit den Deposant getuige zijn verklaaring. Valete et plaudite Spring op, en klap met je beije handen op je bloote billen. Cale pinus [ p. Meester Janot wort zijn beloofde ver-         eering door Gargantua voldaan: D En wynigen Wijsaart had zoo haast zijn voorstel niet uit gerogchelt en gerabbelt of Ponocrates en Eudemon begonnen zoo hertelijk te lagchen, en schrikkelijk te schaateren, datze dachten bersten en den asem te verliezen [ Crassus lagt hem dood.

Zoo datze aldaar een vertooning-spel scheenen te speelen; van den Lagcher Democritus met Heraclitus schreyende: Daar in was Ponocrates van gevoelen, datmen dien spraakelijken spreeker weder doen drinken, en den huit voort vol gieten zou: Alles wierd volbragt, gelijkmen by ’t overleg beslooten had; behalven dat van de koussen; door dien Gargantua twijffelde, of men op dien tijd wel koussen na zijn beenen bekoomen kon: Daarom deed hy hem langen zeven ellen ongeverft laaken tot de voeiijering.

Het hout wierd hem door de kruyers t’ huis gebragt: Meester Janot wilde zelf zijn laaken draagen. En dat hy ’t derhalven aan een van haar te dragen geven zou. Siet daar eens, waar toe deze onderstellingen, en reeden-futzelingen dienstig zijn: Panus pro quo supponit! Ik en vraag u niet, botten bloet, zey Ianotus weer; Quomodo supponit; op wat wijze het zich onderstelt: En dus sloop hy’er heimelijk met heenen, als een hoenderdief.

Maar ’t schoonste van ’t spel was ’t noch, wanneer dien ouwen kouwen kugchelaar in volle vergaadering, by de Maturijns gehouden, met een vermeetel gesnork en gesnaater, noch eens zijn toegezeide koussen, en zauzijsen eisschen quam: Waar tegen hy haar weder te houden gaf, dat zulks gratis uit goeder gunst, en als een vrywillige gift, gedaan was; waar door zy in ’t duisendste niet van haar [ p.

Dies niet tegenstaande wierd hem geantwoord; dat hy in reedelijkheid zich wel vernoegt en te vreeden houden mogt, en moest; dewijl hem doch geen ander aalmis of beedelbrok gegeven zou worden. Eerloose verraaders, en deugnieten met malkander, de aarde draagt geen Godloozer Schelmen als gy zijt: Ik weet dat’et waar is: Ik zelve heb mee die schelm-stukken gehandhaaft: Ik sweerje dat ik den Koning gaan klagen zal over d’ ongehoorde onbillijkheden die alhier verzonnen, en zelf door uw handen uit gevoert worden: Hy daar tegen deed haar daadelijk voor ’t opperregt daagen: Meester Janot met zijn aanhangers niet min, verswoer zich voor drommel en droes, zijn neus noit te snuyten of vaagen, eer hy ’t eind van zijn zaak en wraak verkreegen zou hebben.

Om deze versweeringe zijn de dingers ten weerzijden, tot op deezen huydigen dag, zeer morzig en slorzig, besnot en bescheeten gebleven: Waar doorse doen gelden, en bevestigen het zeggen van Chilon den Lacedemonier tot Delphos als heilig gehouden. Die een rechtzaak drijft ten ende,             Lijd een eindeloose ellende. Want meermaal zietmen veel eer ’t einde van haar, of haarer Rechteren leeven, als ’t verzogte rechtveerdig vonnis van haar twistzaake. Hoe Gargantua zich droeg in zijn         leer-oeffening, na ’t onderwijs van         zijn Meesters de Reeden-konste-         naars.

D E eerste daagen dus verloopen, en de klokken op haar plaatze weder gehangen zijnde, zoo zijn de burgers van Parijs, tot erkentenis der beleeftheid van Gargantua, hem koomen aanbieden, zijn ry-beest van voeder te verzorgen, zoo lang het hem gelieven zoude.

Derhalven zy ’t heen schikken te weyden in ’t wilde woud van Bievre, ’t welk ik vertrouwe dat nu al t’ eenenemaal afgeweyd, en niet meer te vinden zal zijn. Dus van zijn dier, en zorg der zelver ontslaagen, nam Gargantua vastelijk voor, met alle magt zijn zinnen en verstand voortaan in ’t [ p.

Die hem voor eerst toeliet te leeven na zijn gewoone wijze; op dat hy daar uit verneemen mogt, door wat middel zijn voorgaande Meesters hem zoo zot-achtig, plomp en onbeschoft gemaakt hadden. Daar na lodderde, woelde en wentelde hy een wijl in ’t bed, om zijn levendig-maakende geesten te meer te verfrissen en vervroolijken: Vorder kemde hy zijn hooft haaren met eenen heerlijken Boheemzen kam, van vier vingeren en een duim; nademaal zijne oude meesters hadden gezeid; dat zich anders kemmen, te wasschen en te wissche slechts tijt te quisten, en quaalijk te besteeden was.

Daar na kakte hy, piste hy, gorgelde hy, rispte hy, veest hy, geeuwde hy, rogchelde hy, hoeste hy, hikte hy, niesde hy, snoterde en quijlde hy als een hooft-Diaken, en ontnuchterde zich, uit zorg voor zijn gezondheit om te weeren een dauwige en dampige lucht, met puik van pens-rollen in de pan gefruit, kalver en schaapen scholder geroost, of op ko- [ p.

Ponocrates waarschouwde hem evenwel, dat hy zo dadelijk, als hy eerst uit het bed gekropen was, met eeten en drinken zijn lijf niet overladen moest, eer hy eenige oeffening hadde gehadt. En heb ik niet wel wakker geoeffent, toen ik zes of zevenmaal wentelde en tuymelde over en weder dwers door het bed, eer ik noch eens opstond? En is dat noch niet genoeg? De Paus Alexander dee desgelijks door den raad van zijn Ioodze Genees-meester, en hy leefde tot aan zijn dood, in spijt van de geene, diese geerne verhaast hadden.

Ik bevind’er my mee zeer wel by: Alzoo dient ook dat niet alleen tot de gansche gezondheid van ons menschelijk ligchaam, dat men slokjen na slokjen gelijk de honden, of den eenen teug op den ander in swelgen gaat; maar veel meer [ p. Lever matin n’est point bon heur: Boire matin est le meilleur. Vroeg op te staan, is niet geraan: Maar drink vroeg wijn, ’t zal beter zijn. Daar hoorde hy dan zes en twintig, of dertig missen; ondertusschen komt zijn uyr-prevelaar ter plaatze met zijn koor-kleed, kazuiffel en kap, daar hy uitkijkt, als een muis uit een meelpot, of een uil uit de schoorsteen; met zijn borst zoo bebalzemt, bewijnzyroopt en gezalft, dat met zijn azem en heilige wijnlucht en waasem, de gansche vergaadering bewijt en bewierookt wierd: Op ’t uitgaan van de kerk, quam men hem op een langen wijn-wagen, van ossen getrokken, na voeren een heelen hoogen stapel Pater nosters van Sinter Claas, daar af yder kraal zoo groot was, als de bol van een hoed: En ter- [ p.

Maar gelijk de Blijspel-dichter zeijt met sijn hert en zinnen in de keuken. Van dese swaarigheit dan zich zoo haast als mogelijk ontslagen hebbende, gaat hy een heelen diepen put vol pissen, en zich voort aan tafel voegen. En nadien hy van naturen zeer vogtig en fluijmig was, zoo ving hy sijn maaltijd aan met een hoop hammen, gerookte osse tongen, en aars-billen, worsten, en andere voor-loopers vanden wijn. Onderwijl waaren vier van sijn gesin geduirig doende met hem d’een na d’ander heele schottels vol mostaart in den hals te schieten; daar op dronk hy een vervaarlijken toog witten wijn, om hem de nieren te zalven.

Voorts at hy na den tijd, spijs die hem monde en smaakte, en hield niet eer op van vreeten, eer hem den buik rond stond. Van allerleije spulletjes die Gargantua         speelde met zijn gezellen.

A ls nu de maaltijd, of veel eer ’t vreeten en zuipen gedaan, en ’t lijf op de leest gezet was babbelde en rabbelde hy so wat heen, een stukjen of steeltjen van een dankzegging: Ondertusschen de tafel opgenomen, en met een groene spreij bedekt: Daar gingt ’t dan dapper aan ’t speelen, elk na sijn zinlijkheyt, d’ eene dit d’ander dat spel, als,         Van den vloed,         Van de voorsten, of derde zoeken,         Van de vlugt, of sakjagen.

Van ’t troeven,         Van ’t piketten,         Van ten honderden uit. Van ’t schuiren,         Van ’t pas-dijsen, [ p. Van de verloorene,         Van de verweesene,         Van de vermorste kaart,         Van d’ onvernoegde,         Van ’t Landsknegten.

Van diese heeft, spreek,         Van op en af,         Van pijke, delje,         Van schoon Bely,         Van kikkermik,         Van ik denk,         Van doe dit, doe dat,         Van ka, ka, volgme na,         Van de dwerl loop of wild jagen         Van ’t Osje,         Van die wint, verliest,         Van wiege wage,         Van draije wy,         Van Amerol,         Van hijp hap,         Van wie vint, die wint,         Van dammen,         Van schaaken,         Van Reintje de vos,         Van moertje, moertje,         Van ’t Koeytje.

Van ’t schrobbelen,         Van waar zal die man staan? Van Hand-slag,         Van stomme beevaard,         Van in ’t touwtje te springen,         Van ’t speetje te wenden, [ p. Van val, vijgje, val. Van Heerom danst in ’t hemd. Van, wie zal ik gooije? Van ’t vosje villen,         Van versche ton,         Van haver verkopen,         Van doove koolen op Blasen,         Van vraag en antwoord,         Van, leeft het manneken, of ist dood.

Van d’ yzers uit den oven,         Van den Boosen boerman,         Van ’t afbossen,         Van den gebulten hoveling,         Van den gevonden heilig,         Van de Mey te planten,         Van pimpampet. Van ’t kooten,         Van knikkeren,         Van ’t keegelen,         Van ’t palet,         Van ’t rinket, [ p. Van ’t begraasen,         Van beuijtelen,         Van springen,         Van rij-schenkelen         Van ’t hinkelen         Van man, man ik ben opje blokhuys,         Van schuile-wink,         Van molle molle mol,         Van soute-moute,         Van ’t zooltje,         Van alle ambachten, [ p.

Naa wel gespeelt, gesprongen, getrantelt en den tijd vertureluirt te hebben, dien den’er wel een dronkjen op; dat was elf kan voor de man, en daar mee gingmen banketeeren; dat is te zeggen op een bequaam bankje of zacht beddetje sijn leuije leedtjes neer te leggen, om een uijltje te vangen, of een middag-slaapje te neemen, en een uur twee drie zonder spreeken te leggen, om den goeden man te speelen, die geen quaat hoorde of zag.

Wanneermen nu weder ontwaakt was, heeft hy d’ooren als een waterhond een wijl geschudt dat se klapten: Doch Ponocrates hield Gargantua voor, dat zoo daadlijk op ’t slaapen te zuipen, zeer slecht voor de gezontheid gezorgt was. Waar op Gargantua hem antwoorde; dit is evenwel het waare leven onser voor-vaderen behalven, dat ik doorgaans wel gezouten ga slaapen; en de slaap zelf maakt mee zoo wel dorst als een zouten schenk. Daar na hield hy zich wat wijsselijk; als wilde hy een wijl sijn leer oeffening hervatten en vervolgen, nam sijn gebede kraaltjes by der hand; en om ’t zelve met meer gemak te doen, zette hy zich op een oud muil-esel, dat wel negen koningen gedient had: Op ’t wederkeeren trad hy terstond na de keuken, om te kijken wat lekkers van gebraad daar aan ’t spit stak.

Over ’t avondmaal wil ikje wel verzeekeren, dat hy wakker van wangen speelde, en dat hy sijn arbeids-beenen, die hy gemeenlijk inde mond droog, niet weinig te werk stelde, maar zoo rapjes dee reppen, met knauwen en knabbelen, als of de drommel sijn kaaken voor klepper-beenen gebruikte: Onder anderen had hy tot sijn gemeenzaamste tafel-vrienden den Heeren van Narburg, van Slokstad, van Gieter-in, van Soupinjy, van Nieuw-magen, van Zeld-zad, van Panlek, van vastennoo, en andere helden van hongerijen, alle Ridders van de ronde tafel.

Of om alte mets wat verandering te hebben, gingmen in d’ uile-vlugt, om avond-luchtjen of kluchtjen heen slenneren, daar de mooijste meisjes en zuiverlijkste zusjes in t’ zaamen komst van zoet gezelschap, met eenige versnaapering, en smaakelijke snoeperijtjes haar hertjes op haalden.

Daar na met lossen loop, met koussen en schoen, hol over bol na bed, en daadelijk gesluimert, ge- [ p. Hoe Gargantua door Ponocrates in         zoodanigen leer onderweesen wierd,         dat hy niet een uur in den dag liet         verlooren gaan. P onocrates de ondeugende maniere van leven van Gargantua wel aangemerkt hebbende, nam voor, hem heel ander onderwijs in de weetenschappen te doen. Doch hy verdroeg hem in ’t eerst noch eenige dagen; bedenkende, dat de natuur geen haastige veranderingen toelaat, zonder groot geweld.

Om dan te gewisser sijn werk aan te vangen, verzocht hy een verstandig genees-meester van dien tijd, genaamt meester Theodotus, dat hy, zoo veel mogelijk, een vaardig middel wilde uit vinden, waar door Gargantua tot een beter wegh en leevens-wijse gebragt mogt worden.

Soo dat ook Ponocratus hem daar door dee vergeeten al ’t geene hy onder sijn oude meesters mogt aangenomen hebben: Even als den Sangmeester [ p. Dus deed hy hem met’er tijd dese wijse van oeffening soo gewoon worden, dat hy niet een eenig uurtje van den geheelen dag tot andere beesigheid missen mogt; maar al sijn tijd in ’t leesen en leeren van eerlijcke konsten besteedde.

Ontrent ten vier uur ’s morgens wierd hy al wakker: Door d’ inhoud en ’t onderricht deser leesinge wierd hy dickwils bewoogen den goeden God groote eerbiedigheyd te bewijsen, hem te dienen, bidden en smeeken; wiens heerlickheyd en wondere wijsheyd door dat leesen aangeweesen wierd. En of hy mee ’s morgens na ’t gemack moest gaan, om daar zijn behoef te doen; zoo herhaalde hem daar dan sijn Meester ’t geene hem te voor geleesen was: In ’t wederkeeren beschouwdense de gedaante des luchts, ofze zoodanig al was, als sy ’s avonts te vooren bemerkt en vermoedt hadden: Dan hoorde hy eerst eygentlijk de lessen of voorleesing sijns Leermeesters, tot drie geheele uuren toe.

Daar na gingen sy t’zamen uit, altoos verhandelende den inhoud der geleesen lessen, en wandelden over den weg, of groene weyden: Al haar spel was niet dan uit een vrije lust: Dan quam ’t zeer wel ’t sweet af te droogen, te wrijven, en d’ hemden te verwisselen; en voorts zeer zoetjes en zachjes te huiswaart te wandelen, en te zien of ’t middagmaal gereed was. Terwijlmen daar na wachte, wierden eenige spreuken, uit de lessen onthouden, helder en heusselijck uitgesprooken.

Onder des quam mijn heer den honger, of happetijt, mee aan; dies schickte sich yder wel te pas ter tafel: En alle die dingen wist hy zoo wel in sijn geheugenis te behouden, dat’er des tijds geen een Genees-heer was, die half zoo veel in sijn hooft had.

Ten lesten wierden de lessen, des morgens geleesen, weder te berde gebragt: Dus met aandacht gezongen zijnde, wierden wel kaarten voorgebragt; doch geenzins om te speelen, maar om daar mee te leeren, duizend kleene konstjes, en nieuwe vonden, alle na de reekenkonst bedacht: En niet alleen daar af, maar ook van andere wiskonstige weetenschappen; als de Landmeetery, Sterre-kund, en Zang-konst: Vorder verheugdense haar met vier en vijf stemmen na de konst zoetelijck te zingen, of met eenig speeltuig daar onder tot verzoeting van ’t keel geluid.

Hy leerde selve ook konstelijck speelen op de Luyt, de Clavecimbel, de Harp, den Duitzen Dwars-pijp, op de Fleuit met negen gaten, de Fiool, en den Sakpijp. Deese uure aldus met vermaak over gebragt, en de verduwing gedaan zijnde, zuiverde hy zich van den natuurlijcken afgang. Daar na begaf hy zich by sijn Boeken tot sijn voornaamste oeffening den tijd van drie uiren en daar over; soo om de morgenles te her-leesen, als sijn aangevangen boek te vervolgen, ook om de trekken der oude en Romeinse letteren te leeren.

Dan gingense ten huisen uit mede neemende een jong eedelling van Touraine, den Schild-knecht Gijmnastes genaamt, die hem in de konst van paardberijden onderwees. Derhalven van kleederen verwisselende, zet- [ p. Derhalven hy een groene, dikke, stijve, sterke spiets uit kiesende, liep hy een deur daar mee open, doorboorde een harnas, velde een boom, door reeg een ring, lichte een zadel af met harnas en hand-schoenen; en dat van den hoofde tot de voeten gewaapent zijnde.

Wilde hy eenige aardige swieren, swenken, swayen en drayen te paarde maaken, niemand zoud ’t hem zoo licht verbeetert hebben: Bezonder was hy afgericht in spoedig te springen van ’t een paard op ’t ander, zonder aarde te roeren: Hy hield dikwijls in yder hand een spiets, en steeg zoo zonder stegelreep en teugel te paard, stierde en wendde het waar heen hy wilde.

Want die dingen dienen tot Oorlogs onderwijs. Op andere tijden handelde hy ook den heir-hamer en strijd-bijl, dien hy zoo wel wist te swayen, met alle vingeren zoo vast te bevatten, en zoo heftig daar mee in ’t honderd te houwen en needer hakken, dat hy den dap- [ p. Zomtijds drilde hy met een langen piek, trok en swaayde een lang-swaard of houwer met beide handen, maayde met den breeden houw-deegen, met het Spaanze rapier en pook, of met de moord-priem, bloot of gekleed, met den mantel om den arm, of ook gewaapent, met beschut van een lange of ronde schild.

Ook speeld’ hy met den grooten wind-bol, en deed hem gonzen in de lucht, zoo wel met de voet als met de vuist: Of worstelde, rende, sprong, niet na alle drie treeden een, niet schry-lings, niet na den Duitzen dans: Want zulke sprongen zeide Gymnastes waaren onnut, en deeden geen dienst in den Oorlog: Eens vatte hy sijn mantel met de tanden, gelijk wel eer Julius Caesar dee, en met een hand viel hy geweldlijker wijse in een schip, wierp zich van daar weder af in ’t water, dompelde met het hooft om laag, peilde [ p.

Daarna trok hy ’t zelve schip na zich, stierde, schoof, en stuwde het voort, snel, langzaam, op een streek tegen stroom, weerhield het in sijn volle vaart, met d’een hand hield hy ’t roer, d’ander hand schermde met een grooten roey-riem, klom ’t wand op in de mars, liep op de raas, halfde de top zeillen om, keek na ’t compas, en vertuyde de helmstok.

Hy brak dikke takken af, als een ander Milo. Met twee verstaalde nagels en priemen klaverde hy tot den top van een huis gelijk een rat; zeeg van boven weer beneen, met zulk een schikking zijner leeden, dat hy in ’t neersakken zich geenzins bezeerde. Men hechte hem een touw aan den top van een hoogen Tooren dat heel op d’aarde hing: Men leide hem een langen dwars-stok over twee boomen, daar aan hing hy zich met beide handen, en met de zelve wandelde hy zoo haastig gins en weer, zonder aarde of iets te roeren, datmen met een harden ren hem niet achterhaalt zou hebben.

En, om sijn borst en long te oeffenen, schreeuwde hy als duisent Duivels te gelijck. Eenmaal heb ik hem Eudemon hooren roepen van St. Victors poort af, tot Montmartre.

Stentor had geenzins zoo sterken stem in de beleegeringe van Trojen. Om sijne zeenuwen te werk te stellen, hadmen hem twee groote kogels of klooten van lood gemaakt, elk wegende acht duisend en zeven honderd quintalen [ Een quintal is pond ]; die hy sijne quaalen noemde: Tegen d’allersterkste stond hy schrap met den hand-boom: Als de tijd dus door gebragt, hy gewischt, gevaagt en van kleeding ververscht was, keerde [ p.

Hier dient aangemerkt, dat sijn noenmaal zober en zuinig was, wanneer hy niet meer naa zich nam als noodig was om ’t gebas der maage te stillen: Het welke de rechte regel [ Diéte ] en wijze van leven is, naa de waare en wisse genees-konst, tot behoudenis der gezontheid, voorgeschreven; hoewel een deel botte beesten en babokken van Genees-meesters, in der Bet-weeteren [ Sophistes ] winkels een weinig geruigschaaft, het teegendeel raaden.

Geduirende de maaltijd voer men voort met de lesse des middags te vooren aangevangen, zoo lang men ’t goed vond; d’overige tijd wierd niettemin besteed in allerley geleerde en leerzaame reedenen. Na gedane dankzegging begavense zich gelijkelijk, om een lieflijk [ p. Waar meese zich dan beezig hielden en verheugden, tot dat’et tijd van te bedde gaan was. Hoewelse ook zomtijds wel zommiger geleerder lieden gezelschappen bezochten; of andere, die veel in vreemde landen bezien en bezocht hadden.

Meenigmaal te middernacht, voor datmen zich ter rust vertrok, gingmen naa d’openste en opperste plaats van ’t huis de gedaante des Hemels en Sterren beschouwen: Dan noch maakte zijn meester, met hem, naa de manier der Naavolgers van Pythagoras, een vervang in ’t kort [ Recapitulation ] van alles wat hy geduurende dien ganschen dag, geleesen, geleert, gezien, gezeid, gedaan en verstaan had.

Daar op deedense voort haar gebed, beleeden haar geloof voor God den Schepper, Hem verheerlijkende over sijn oneindige goedheid; en dankende voor alle weldaaden in al den voorleeden tijd aan haar beweesen, gavense haar over voor ’t toekoomende in sijne goddelijke goedertierentheid en gingen alzoo te rust. Hoe Gargantua sijn tijd toebragt, als         ’t reegenachtig weer was. S Oo ’t gebeurde, dat de lucht dijsich dampig, regenachtig, windig en onweerig was, besteede hy den vollen voormiddag volgens sijn gewoonte; behalven dat hy een braaf vuur boeten en branden dee, om d’ongemaatigtheid en ’t gebrek des lugts te verbeeteren.

Maar na ’t middagmaal, in plaats van die wandelinge en veld-spelen, hieldense haar in huis: Of oeffenden zich in de konst van beelden te schilderen of snyden: Of bragten weder in ’t gebruik het verouderde tafelspel, gelijk Leonicus ’t zelve beschreven heeft, en zoo ’t onsen vriend Lascaris speelt. Onder ’t spel haaldense op alle spreuken der Oude Schrijvers, by welken daar af word gewag gemaakt: Meermalen gingense de openbare lessens hooren, of enige staatelijke reedeneering, herleesingen, afroepingen, geding-taalen van verstandige voor-spraaken, of de Leer-reden van wijse Priesters en Preekheeren.

Of ook besochtense de Scherm-schoolen: In stee van boom-beschouwing [ Arboriser ], door wandeldense de winkels der Drogisten, Kruideniers, en d Artzeny-mengers [ Apothecars ]; wel aanmerkende yder vrugt, wortel, blad, gom, zaad; uitheemze smouten, en hoese vervalscht worden.

Tot verlusting zagense zomtijds na de Klucht-speelers, Koorde-dansers en Quakzalvers, en hoorden haar quinkslagen, quakjes en koddige praatjes uitslaen; bezonderlijk die van Chaunijs en Picardie, die doch van nature kluchtige Snaaken, en zeer snaater-snel om allerleij deuntjes en drolletjes van misselijke-moers-kousjes te berd te brengen.

Weder gekeert om t’avondmaalen, aatense veel zoberder als andere dagen, ook drooger en dorder kost; op dat de overvloedige vochtigheid des luchts, die zich door onmijdelijke nabyheid, met het ligchaam vereenigde, door dat middel gemaatigt mogt worden, en het missen van d’oeffening, diese anderzins gewoon waaren, haar geen ongemak of ongezondheid veroorzaaken zou.

Dus dan wierd Gargantua onderweesen en [ p. Welke gestaadige oeffening, schoonse in den eersten aanvang zeer swaar scheen, in ’t vervolg zoo zoet, licht, en lustig wierd, datse meer een Konings tijd-korting, als een Schooliers leering leek. Nochtans bedacht Ponocrates, om hem van zoo heevige inspanninge der geesten wat af te houden, een maal in de maand op een schoonen helderen dag, ’s morgens vroeg uit te gaan na eenig ander Stad of Dorp, als Gentillij, Bologne, Montrouge, de brug van Charanton, Vanseu, of Sint Clou.

Alwaarse dan den ganschen dag door-bragten met het meeste vermaak datse mogten bedenken, met beuselen, boerten, zuipen, speelen, zingen, danssen, rollen en zollen in een graasige wey, met musjes en andere vogeltjes te vernestelen, met quakkeltjes te vangen, krabben en vorsschen te visschen.

Maar hoewel die dag door-ging buiten boek en lessen, nochtans verliepse niet zonder nut: Schreven eenige aardige by-schriften uit in ’t Latijn, diese dan met rondeelen en klinkerts in ’t Frans vertaalden. Terwijlse wakker om-dronken, wistense noch ’t waater van den laffen waaterigen wijn af te trekken, gelijk Cato [ Cato de re rustic.

Hoe een heevige twist ontstond tusschen         de Koekbakkers van Lerne en de         Lantsluiden van Gargantua; waar         uit geweldige Oorlogen gereezen         zijn. T En tijde van de Wijn-Oogst in ’t begin van den Herfst, waaren de Herders alom in ’t Land om de wijngaarden te bewaaren, en de spreeuwen te weeren, datse de druiven niet schonden of verslonden; Om welke tijd de Koek-bakkers van Lerne langs den grooten kruis-weg toogen, en tien of twaalf lasten koeken naa de Stad voerden.

De Herders verzochten beleefdelijk, datse haar eenige daar af voor goed geld na marktgang, geliefden te langen want gy moet weeten dat het daar een lekker kostjen is, versse koekjes met Wijn-druiven ’s morgens ten ontbijt, bezonder de zuirachtige, de Bicaan en Muscadel, die los-lijvig maaken de geene dien de stoelgang verstopt is; soo dat het ’er uitspat als een speuit: Waar doorse dikwijls, meenende maar [ p.

Daaromse de meeners vande Wijngaarden genoemt worden. Den Koekverkoopers was dit verzoek gansch ongeleegen: Op welke smaad-reden een der Herders geheeten Forgier, een goed eerlik Man, en halven Hondebaas, zoetelijk zeide; zeedert wanneer hebt gy hoorens gekreegen, dat gy zoo stoot-ziek zijt?

Dat is voor gebuiren niet wel gedaan, zoo doen wy niet met u, als gy hier komt om onse schoone graanen te koopen, daar gy u koekjes en bolletjes van bakt; wy zouden u op de koop noch wel wat van onse druiven toe gegeven hebben: Daar tegen sprak eenen Marquet, een grooten fleegel onder ’t gezelschap der Koekbak- [ p. Forgier daar op zonder achterdocht toetreedende, trekt te beurs, meenende dat Marquet eenige koekjes voor hem krijgen zou: Maar hy slingerde hem met sijn sweep zoo onzacht om de beenen, dat de streepen daar in stonden: Doch Forgier schreeuwde moord over moord, wat hy krijtten kon: De Hoeveniers, die daar ontrent de nooten oegsten, wierden dit gewoel wel haast gewaar en liepen van alle kanten toe met haar lange stokken, en sloegen zoo schriklijk op dese Koek-kramers in ’t hondert, als ofse rog-dorschten.

Endelijk haar achterhaalt hebbende, namense van haar honig-koekjes ontrent vier of vijf dozijn; nochtans betaaldense die naa de gewoone waarde. Toen hielpen de Koek-bakkers Market, die geweldig gewond was, weder te paard: Doch dreigden, en swoeren by kruis en by kras, datse ’t die Koeije-hoeders, Herders en Hoeveniers van Seville en Sinais zouden vergelden, en door ’t gat drijven.

Doch de Hoeders en Hoederinnen hier weinig op passende of denkende, maakten goed zier, en smulden haare koekjes, met zoete druifjes daar toe, van lieverla lekkertjes op: De beenen van den geslagenen Forgier smeerden en streekense zoetelijk met zap van de grootste druiven, zoo dat hy met ’er haast geheelt en geholpen was. De Inwooners en Land-lieden van         Lerne koomen, op bevel van haaren         Koning Picrochole, de Herders van         Gargantua zeer onvoorziens besprin-         gen.

D E Koek-kraamers, wedergekeert tot Lerne, liepen daadelijk, eerse iets aaten of dronken, naa ’t Hof, en voorts voor hun [ p. Om d’uitvoering van sijn aanslag met meerder enst en yver te doen vorderen, deed hy Trommelen en Trompetten de gansche Stad door dommelen en grommelen met tara-tan-tara daar onder, dat alles in rep en roer raakte. Hy zelve, terwijlmen hem ’t middagmaal gereed maakte, liet al sijn geschut op de rampaarden leggen, sijne vaandelen en wimpelen ontwinden, meenigte van oorlogs gereedschap en voorraad, soo van waapenen om den arm, als leeftocht voor den darm: Onder ’t middagmaal maakte hy Hooftlieden, en krijgs Oversten: Maar de midden-slagorde hield de Koning en de Vorsten sijnes Rijks.

Dus in haast toegerust, al eerse zich tot voorttrekken, begaven, schiktense drie hondert lichte Ruiters voor-uit, onder ’t beleid van den Hooftman Engoulevent, om ’t land te ontdekken, en verneemen of ’er niet ergens in ’t veld eenige hinderlaag [ Embuche ] gelegt was: Maar, na wel naau en neerstig door-zocht te hebben, vondense ’t geheele land allom in rust en stilte, zonder eenige volk-verzaameling.

Daar mee gingense in ’t gros wijd en zijd, d’ een door d’ ander, hun weg vervorderen, plonderende, schendende en scheurende alles watse ergens ontmoetden, zonder te spaaren rijk of arm, heilig of onheilig; wechvoerende Ossen, Koeijen, Kalveren, Rammen, Schaapen, Hamels, Bokken, Geyten, Biggen, Swijnen, Hoenderen, Kuikens, Kapoenen, Gansen, Eenden, Teelingen, en al wat haar voorquam: Op welke vertooninge sij haar niet anders antwoorden, als datse haar leeren zouden koekjes te eeten.

E en Monik van ’t Seviller klooster be-         houdt d’ omheyning en ’t hof der zel-         ver Abdije voor verwoesten. S Oo lang doorliepen de vyandlijcke krijgsbenden van Lerne het land met rooven en steelen, datse quamen aan d’Abdie van Seville, ombrengende Mannen en Vrouwen, namense al weg, watse konden krijgen: Hoe mag dat by komen, mijn Heeren?

Na datse de burgt van Sevillé hadden uitgeplondert, begavense haar na de Abdije met een schrikkelijk getier: Derhalven het gros en meeste magt des Heirs al vorder optoog, tot aan ’t water de Vede, behalven zeven Vaandelen van ’t Voetvolk, en twee hondert Spies-dragers, die haar daar ophielden: De arme duivels van Moniken waren zoo ontzett, datse niet wisten tot welken Heilig sy zich zouden begeven: Daar in wierd bestemt, datmen deftigen omgang zou doen, met Prevelingen, en aanroeping der Heyligen gesterkt Contra Hostium insidias tegen de laag-leggingen der Vianden, en schoone be-antwoordingen Pro Pace voor de vreede.

In de Abdije was des-tijds een Monik Kloosterbewaarder, genaamt Jean des Entommeures, een jong, lustig, fris, veerdig, stout, wakker waaghals, een langen, schralen schendkeuken, met een neederigen mond, en hoogmoedigen neus, een goed gety-prevelaar, een braven [ p.

Kortom, een oprecht Monik, is’er immer een geweest, zedert dat de wereld Monikende, tot de Monikery Moniken gemonikt heeft: Toen dese ’t geroep en geraas der Vianden, door den Hof al heen loopende, hoorde, trad hy uit, om te zien watse deeden: Hy mogt dit mi, mi, ne, ne, niet langer hooren, maar by na dol en raasende van gramschap, begost hy te vloeken en te tieren, datje duisend Duivelen ter Kerken uitvoeren: Soo haal my hondert duysend duitze duikers, indien de Viand niet binnen onse Muiren en tuin is; zoo grof in gras-duinen gaande met houwen en hakken in Wijnstokken en staaken, dat wy de volgende vier jaaren naauw te recht sullen raaken.

By den dikken Pampsak van [ p. Jacob, wat sullen wy arme Duivels ondertusschen dan drinken? Sebastiaan, o lieve gouden Urbaan da mihi potum geeft my een goeden dronk. Sakkerelijsten duisend gulden kruid, riep den Abt, wat wil desen onverlaad, desen dronkenbout hier, dat men hem uit de kerk na de kerker leyd: Ja laat ons zey de Monik de wijne-dienst zoo wel waarneemen, dat die niet geroert, en gerooft word: Maar nu zoo te zingen is heel buyten tijds, en maar malle Mans doen.

Waarom zijn onse uuren in den Maaij-tijd en Wijnplukking zoo kort? Broeder Mace Pelosse van heiliger geheugenisse was of de Duivel moetje haalen een oprecht yveraar onser Godsdienst, die beduidde my zoo ik onthouden heb dat de reeden daar af was, dat wy in deese tijd ons wel zouden verzien, en van wijn verzorgen, en dat wyse des winters met meerder smaak en vermaak mogten drinken.

Maar hoor, gy Heeren, en Lief hebbers van den Wijn, haast u by den akker malamenten, my te volgen, of ik sweerje by den diersten en diksten deuvekater; dat hy niet eens aan den deuvik likken zal, die den Wijn en den Wijngaard nu niet ontzetten en beschutten komt.

By get, ’t zijn goederen van de Kerk, zoumen die zoo? De Drom- [ p. Thomas den Engelsman wild’er wel voor in de dood gaan: Soo ik’er voor sneuvel, zal ik ook niet een Heylig zijn? Maar ik zal ’t my wel wachten, wat dat aangaat: Ik zelf zal liever alle andere om hals helpen. Dit zeggende smeet hy sijn lange py-rok daar heenen, en haalde den langen kruis stang van ’t altaar, van hard quastig zorbenhout, zo lang als een lans, en zoo dik alsmen moy omvatten kon, met Leelijen hier en daar bemaalt en bemalt, maar meest af gesleeten.

Dus trad hy ter goeder uiren uit, liet kap en kovel leggen, en alleen met sijn stok van ’t H. Kruis wel gewapent, viel den Vyant te vreeslijk op ’t lijf; die zonder Vaandel, Trompet of Trom in ’t wild door den Wijngaard heen liepen, en pasten wat te raaken en te rooven, dewijl de Vaandrigs en Standaard-voerders haar Vaanen op de Muur langs geplant hadden, en de Trommelaars haar Trommen boven open gebrooken, omse met Druiven te vullen: De Trompetten laagen met de lekkerste Druif bossen overlaaden: Hy schoot dan dapper op haar toe, zonder eenig gerucht te maaken; soo dat hyse verraste en versloeg als verkens, slaande dan aan d’een, dan aan d’ander zijde, en slingerde in ’t rond na d’oude schermkonst: Soo iemand van sijn oude kennis hem krijtende bad; och!

Broeder Jan mijn goede maat, Broeder Jan, ik geef my op: Dan zeyde hy hem; dat weetje de Duyvel dank, nu je moet: Was’er eenen zoo stout en rookeloos, dat hy hem van vooren durfde weerstaan, dien deed hy de kracht sijner spieren gevoelen; zoo dat hy zommige de Borst, middelschot, hart en alles door-stiet: Joris, den ander S.

Roerniet, d’ ander aan onse L. Vrouw van Scherpenheuvel, van Lorette, van de goede boodschap, van d’ aanschouwing, van de Rivier: Zommige deeden beloften aan S. Jacob; zommige aan [ p. Eutropius van Xaintes, aan S.

Longin, uit een spiets gebooren: Zommige storven zonder spreeken: Zoo groot was ’t gekrijt der gewonden: Die deese arme gezellen ziende zoo verslagen, en ter dood verwondt over den Wijngaard leggen, gingen by zommige de biegt hooren. Doch terwijl de Priesters met biegthooren dus beezig waaren: Weet gy nu wel met wat geweer? Met korte stumpjes, of half of heel gebrooken mesjes, daar mee de kleyne kinderen hier te lande de nooten afschillen en opbreeken.

Onder-des ging Broeder Jan d’ope- [ p. Etlijke van de jonge Broedertjes, namen de Vaandels en Standaarden van de Muir en bragtense in haar Kaamer om Koussebanden daar af te maaken.

Maar als de geene, die haar biegt gesproken hadden, door de Muir-breuk [ Bresche ] meenden uit te gaan, stond de Monik daar, diese voort met sijn Stok de Kost bezorgde; zeggende, dese hebben haar biegt gesprooken, berouw gehadt, en den aflaat gewonnen; [ Na ’t paradijs gesonden. Also zijn door sijn dapperheid neder gemaakt alle de krijgslieden van ’t Heirleger, die door de Kloostermuur in-gestormt waaren, tot het getal van dertig duisend, zes hondert, twee en twintig, buiten de Vrouwen en kleine Kinderen, zoo verstaat men ’t altijd.

Noyt heeft de Kluisenaar Malegijs, daar men in de geschiedenis en daaden der vier Aimons of Heemskinderen af leest, met sijn sterken pilgrims staf zich tegen de Zarazenen zoo kloeklijk gequeeten, als desen Monik in d’ontmoeting der Vianden, met zijn Kruis-stang gedaan heeft.

De Koning Picrochole krijgt stor-         menderhand de Rots en burgt van         Clermaud in: Grandgouzier vind         zich zeer beswaard een Oorlog aan         te vangen. Maar wy moeten haar hier een wijltje laaten: Picrochole, mijn overoude vriend ten allen tijden, by alle geslagten en verbindtenissen, is ’t die, die my nu in mijn land valt?

Mijn God, mijn Heyland, help my: Ik betuige, ja ik sweere voor u, soo waarlijk moet gy my behulpzaam zijn; [ p. Maar wel kan ik bewijsen in teegendeel, dat ik hem dikwijls gedient en ontzett heb met volk, met geld, met gunstige voorspraak en raad, in alle voorvallen daar in ik eenig voordeel voor hem heb konnen bemerken en bewerken.

Dat hy my dan in desen verongelijkt heeft, kan niet anders zijn, dan door drift van eenigen boosen geest. Soo hy misschien uitzinnig mag zijn geworden: De reeden vereischt het zoo: Des niet tegenstaande, zal ik geen oorlog onderneemen, ’t en zy ik eerst onderzocht zal hebben alle wegen en middelen tot vreede.

En dat is nu mijn vast besluit. Datmen daar en boven ook Gargantua met sijn volk zou doen ontbieden, om sijn land voor te staan en beschutten in desen nood. Dit alles geviel Grandgousier zeer wel: Derhalven wierd ter zelver uure een sijner Dienstknaapen Pasque genaamt naa Gargantua in aller yl afgeveerdigt met een brief van volgenden inhoud. De brief, die Grangouzier aan Gar-         gantua schreef.

D E vierigheid van uwe oeffeningen vereischten wel, geliefde Zoon, dat ik u noch in lange niet af en trok van uw wijsgeerige [ Philosophique ] rust; indien het goed vertrouwen op onse vrienden en oude bond-genooten voor tegenwoordig de gerustheid van mijn Ouderdom niet gefeilt en bedrogen had: Maar nade- [ p. Mijn meening is niet, te porren, maar te paijen: Ik heb mijn best gedaan om sijn onwettige geweldzaame toorn te stillen; hem aanbiedende al wat ik oordeelde dat hem vernoeging geven mogt: Maar van hem heb ik niets ten antwoord konnen bekoomen, als van een moedwillige verbondbreeking; en dat hy quansuis van mijne Landen niet anders vordert, als ’t recht van wel-voegentheid.

Waar uit ik bespeurt heb, dat God de Heere hem heeft gelaaten aan ’t bestier van sijn vrije wil en eigen zinlijkheid; die niet dan ondeugende kan zijn, zoose door [ p. De veldtocht zy met de minste bloedstorting: Zeer waarde Zoon, zijt hier mede na groete ’s Hemels hoede bevoolen: En groet Ponocrates, Gymnaestes, en Eudemon mijnen ’t wegen. Ulrich Gallet word als Gezant af-         geveerdigt aan den Koning Picro-         chole. D E brief geschreven en gezeegelt zijnde, gaf Grandgousier den last en magt aan Ulrich Gallet, meester der verzoekschriften [ p.

Ter zelver uure vertrok den getrouwen Gezant Gallet, en reisde voorby de waatering van Vede; alwaar hy by de Molenaar vernam na den staat en gelegentheid des Legers van Picrochole: De welke hem voor bescheid gaf; dat dien roof-gierigen hoop hem noch Hoen noch Haan had laaten houden, datse zich wel vast beschanst hielden op de hoogte van Clermaud: Des anderen daags ’s morgens vroeg begaf hy hem, met een Trompetter voor zich, naa poort van de burgt: Dit verzoek den Koning te kennen gegeven zijnde, wilde hy geenzins toelaaten datmen hem de poort opende: Deftige reeden door Gallet gedaan         voor den Koning Picrochole.

En niet zonder oorzaak hoewel tegen reeden hebben veele, in zoodanigen ongeval geraakt, die smaad en verontweerdiging onverdragelijker geacht, dan ’t verlies van haar eigen leven: En dezelve zoo zeer ontzien in haar aanslagen, datse noit hebben durven trotsen, tergen of te naa koomen den eenen, uit vreese voor den anderen. Jaa, dat meer is, dese geheiligde vriendschap is zoo hoog en wijd beroemt, dat’er weinige volkeren zijn geweest van die ’t vaste Land en d’Eilanden der groote Zee beslaan, die niet eergieriglijk gewenscht, gehoopt en aangehouden hebben, om in de zelve aangenomen te zijn, op voorwaarden door u zelve voorgeschreven: Waar is vreese Gods?

Waant gy dat dese geweld-stukken ongeweeten blijven by die eeuwige Geesten, en dien oneindigen en al beheerschenden God; die een rechtvaardig vergelder onser daaden is? Indien gy ’t u inbeeld, gy bedriegt u: Is ’t d’ onschuwelijke nood-schikking, of in vloeijing der Sterren, die een eind van uw lust en rust willen maaken?

Alzoo hebben alle dingen haar eind, en omloop: Dat is ’t einde der gener, die haar welvaart en voorspoed door reeden en gereegeltheid niet bestieren konnen. Die de geene is, die uwen troon en kroon heeft vast gestelt? Indien uw huis omverr vallen moest, [ p. De zaak is zoo zeer buiten de paalen der reedelijkheid, en zoo afschrikkende van ’t algemeen natuurlijk gevoelen, datse qualijk door ’t menschelijk vernuft te bevatten is: Indien door ons eenig ongelijk aan uwe Landen of Onderdaanen gedaan was; Indien wy eenige gunst aan uwe verwerplingen beweesen hadden; indien wy u in verleegentheid verlaaten en niet geholpen hadden; indien uw naam en eer door ons geschonden was; of, om beeter te zeggen, indien de laster-geest, die ’t al ten ergsten trekt, door bedriegerijen, schijnzels en valsche vertooningen of mis-leidende inbeeldinge uw verstand had ingedrukt, dat wy eenig ding gedaan hadden, dat onse oude vriendschap onweerdig was: Maar, o eeuwige God!

Woud gy, als een trouwloos geweldenaar, alzoo door-stroopen en verwoesten het Koningrijk mijns meesters? Heb gy hem zoo laf-hertig en ongevoelig bevonden, dat hy niet [ p. Soo daadelijk zeg ik u hebt gy van hier op te breeken, om morgen ten langsten binnen uw’ eigen land-paalen wedergekeert te zijn; zonder eenig onheil, geweld of moedwil over-weg te bedrijven: May naast koomende, te voldoen; ondertusschen ons ten onderpand laatende den Hertog-en van Tournemoule, van Basdefesses en van Menuail, beneffens den Prince van Gratelles en den onder Graaf van Morpiàille.

Grandgouzier zend zijn Gezant Gal-         let, met vijf voeder Koeken en geld         aan Picrochole, om de vreede te         koopen; maar vergeefs. Sy zullenje noch wel wat knuppel koekken toe geven. Met zulk slecht bescheid mogt hy heen gaan. Soo haast hy Gallet weder aankoomen zag, zeide hy tot hem; O mijn vriend, mijn vriend! Het gaat’er in ’t wild, antwoorde Gallet: De man schijnt van sijn zinnen berooft, en van God verlaaten. Maar doch mijn vriend vraagde Grandgousier wat oorsaak wendt hy voor?

Hy heeft herzeide Gallet my gansch geen reeden gegeven; als alleen, dat hy in toorn iets van koeken gerept heeft. Ik en weet niet, of men wel eenige overlast aan sijn koek-bakkers gepleegt mag hebben.

Dat wild’ ik, antwoorde Grandgousier, wel weeten, eer wy eenig overleg maaken, wat wijders te doen staat. Daar op stierde hy terstond iemand om te verneemen wat daar af was: Waar over dan raad gehouden zijnde, wierd by den ganschen raad geoordeelt, en beslooten, dat hy zich met alle magt moest trachten te verweeren.

Des niet tegen staande, zeide Grandgousier, [ p. Hy dee dan nauw verneemen, hoeveel koeken haar ontrooft waren: Om dit dus over te brengen, en te leveren wierd Gallet mee gezonden: Toen sy zoo aande poort gekomen waren, verzochtense met Picrochole van wegen Grandgousier te spreeken: Tot welken dan den goeden Gallet aldus te spreeken aanving; [ p.

Vijf dozijn hebben’er onse mannen genoomen: Niet-temin wy beminnen zoo zeer de vreede, dat wy’er vijf karren-vol weder voor geven; van welken dese zal zijn voor Marquet, die zich ’t meeste beklaagt; daarenboven om hem ten vollen te vernoegen, ziet daar zeven hondert duizend en drie flipzen, die ik hem overlevere: Hier heb ik ’t geschrift van de overdragt.

Om Gods wil, laat ons van nu af in vreede voortaan leven, en trekt gy weder welgemoed naa uw Land; laatende dese plaatze, waar aan gy bekennen moet geen het minste recht te hebben, en onderhoudende de vriendschap gelijk voor heen. Touquedillon bragt dese boodschap over aan Picrochole: Ik ben van gevoelen, datmen dese koeken en dit gelt weer te rug behoort te schikken, en dat wy ons vorder haasten ons alhier wel vast te beschant- [ p.

Daar zieje nu hoe ’t gaat; het goed onthaal, en de groote gemeenschap, aan haar voor heenen beweesen, heeft u by haar in kleinachting gebragt: Streelt een schelm, hy zal u steeken; steekt een schelm, hy zal u streelen. Schabjak, sy zullen zeker zoo gedaan hebben, als gy gezeid hebt. Een ding, zey Touquedillon, wil ik datje weet: Wy zijn hier zeer slecht van voor-raad verzorgt, en te zober van borst-wapen en buiksvoering voorzien.

In gevalle Grandgousier ons beleegeren quam, zoo mogt ik my van nu af al mijn tanden wel laaten uit-trekken, als ik maar drie behoud; gelijk mede alle andere van uw volk, wy zullen al onsen voorraad daar mee meer dan te haast en gemakkelijk meugen opknabbelen.

Wy hebben hier herzeide Picrochole meer dan te veel van de vreetery. Zijn wy hier om te vreeten, of om te vechten? Wel om te vechten, voegde Touquedillon daar op: Houd aan dan, zeide Picrochole alle ’t geense mee gebragt hebben. Daar op tastense alles aan, het geld met de koeken, de Ossen met de karren, en zonden haar, zonder een woord te zeggen, weer te rug: Een zeeker Stathouder van Picro-         chole, door te haastigen en rooke-         loosen raad, voert hem in’t uitterste         gevaar.

N A ’t aanhouden en bergen der koeken, quamen den Hartog van Menuail, den Grave van Spadossin, en den Hooftman Mardaille tot den Koning Picrochole, en zeyden hem; heden, Heer Koning, maken wy u den gelukkigsten en groot-daadigsten Vorst, die’er oit, zedert de dood van Alexander den Macedoniër, geweest is. Zijt gedekt, zijt gedekt, zeyde Picrochole. Heb dank, Heer Koning, zeidense weder: De middel tot uw hoogste verheffing is dese; Gy zult hier eenig hooftman met een weinig volks tot besetting laaten, om de burgt te bewaaren, die ons dunkt zoo door de natuir sterk genoeg, als door de bolwerken, na uw uitvinding, daar om-gelegt.

Uw leeger zult gy in tweën verdeelen, gelijk gy dat veel beeter verstaat als wy: Want deesen schelmzen schraper heeft’er veel van de gewissen. Schelm zeggen wy, dewijle geen eedel Overheer een stuiver op voorraad heeft. Schatten te verzaamelen is eerloozer lieden werk. Den anderen hoop zal sijn tocht neemen na Avais, Xantoigne, Angoulesme, en Gasconge: Tot Bajonne, tot S.

Jan de Lus, en Fontarabie zullense alle Scheepen beslaan: Door schrik zal Spangien zich op geeven: Dan zult gy uw tocht neemen door ’t naauw van Sicilien, en aldaar twee veel prachtiger Pilaaren oprichten, als die van Hercules, ter eeuwiger gedachtenis van uwen naam: Over deese Picrocholische Golf dan gescheept zijnde, daar hebje de Barbaar, die zich tot een slaaf aan u overgeeft.

Ik zal hem, zeyde Picrochie, in genaaden aanneemen. Te weeten, zeidense op voorwaarde, dat hy zich laat doopen. Vorder vaarende, zult [ p. Den armen mijn Heer den Paus sterft alreede van schrik.

By mijn trouwe, sprak Picrochole, ik en zou hem dan den toffel niet kussen. Italien overheert hebbende, dan Napels, Calabrien, Apoulion, en Sicilien met Maltha, altemaal ten roof gegeven. Ik zou, zeyde Picrochole, wel gaarn eens gaan na Lorette. Och neenje; laat dat weesen in ’t weederkeeren, zeyde sy. Dan ons opmaken na Morea, en daar mee hebben wy ’t.

O Sint Traignant, de Heere behoed Jerusalem: Ik, zeyde hy, zal dan doen bouwen den Tempel van Salomon, O neen, zeyden sy, noch niet, wagt een weynig: Weetje wat Octavianus Augustus zey? Festina lenté Snelle spoed, zelden goed. Zullen wy zeyde Picrochole nu Babilon en den Berg Sinaï eens besien? Dat zal zeiden sy voor deese tocht [ p. Is dat noch niet genoeg omgesworven? By mijn zoolen, zeyde hy, wy zijn al loof en lam. Maar wy arme strijders, zeyden sy, waarmee zullen wy onse drooge keeltjes laven in dese dorre wildernissen?

Doch, zeydense weer, daar hebben wy al goede zorg voor gedragen. Door de zee van Syrien zullen u gezonden werden in negen duizend en veertien groote Schepen gelaaden met de beste Wijnen ter wereld; dese zullen havenen tot Jaffa, daar zullen dan twee-en-twintig honder duizen Kameelen, en sestien honderd Elefanten ter hand zijn: Wel ja, zeyd hy; maar men kan’ er noit koel en fris drinken.

Wel dat zoumen zeggen, zeydense, zelf niet ’t minste zoopje: Gy meugt God danken, dat gy en uw volk alhier behouden met den geheelen huid tot aan den vloed Tigris geraakt zijt. Maar, vraagde Picrochole, wat verricht onderwijl ons anderdeel des leegers, dat den dronken bloed Grandgousier gedempt heeft?

Die hebben voor u al bekomen Bre- [ p. Sy zijn over den Rijn gezet, tot in ’t hert der Duitzen en Switzers: Alwaarse uw bezettingen hebben gevonden, wederkeerende van de overwinningen te Scheep in de Middellandsche zee: Laat ons, zeyde Picrochole, al dieper doordringen: Willen wy dan alle die honden, die Turken en Mahometanen niet doodslaan? Wel wat drommel zoude wy anders doen? Dat is recht, antwoorde hy, en meer als billijk: God geef dat gy altijd voorspoedig moogt zijn.

Een oud eedelman, in veel gevaarlijke gevechten beproeft, een recht handig geen mondig oud [ p. Wat was doch uw oogmerk met alle dese zoo schoon voorgestelde overwinningen?

Welk zoude ’t einde zijn voor zoo veel sweetens en swerwens? Dat zou, sprak Picrochole, wesen, dat wy, wedergekeert zijnde, in rust en gemak mogten leven. Wel, zeyde Echephron, wat zou ’t zijn, zoo gy van u leven niet wederkeerde? Maar hoor, wat den wijsen Salomon zeyde: Daar tegen paste Echephron, den antwoord van Malcon; die al te veel gaat waagen, verliest wel Paard en Waagen. Daar af al lang genoeg, sprak Picrochole; laat [ p.

Homoseksualiteit of homofilie of homo-erotiek als je daar zin in hebt hoort wat mij betreft thuis in het rijtje van autisme, syndroom van Down, een open ruggetje en andere aangeboren aandoeningen. Als je écht homo bent waarbij je je niet aangetrokken voelt tot de andere sexe, heb je géén streepje voor bij natuurlijke selectie.

Dat natuurlijke selectie niet meer bestaat in de westerse wereld, doet daar niets aan af. Een aandoening hebben zorgt er niet voor dat je minderwaardig bent. Je eigen keuzes maken je m. Je gaat trouwens voorbij aan het feit dat overgewicht en geldproblemen grotere problemen zijn in deze maatschappij dan homofilie. Ik geef de minister groot gelijk. Of wou je voor alle drie de onderwerpen de voorlichting verplichten?

Het meest schandalige vind ik nog dat de hoge priesteres van het CDA zulke essentiële informatie over de mens zelf maar buiten beschouwing wil laten.

De verscheidenheid aan menselijke relaties moet verplicht onderwezen worden vanaf het eerste jaar zodat mensen zich er in kunnen leren herkennen zonder te oordelen. Voor mijn part doen ze er nog een flinke schep psychologie bij, allemaal verplicht, en noemen het vak menskunde. Lees op tegel 18 het droeve povere en verknipte resultaat van 31 jaar CDA Liefde vergelijken met een open ruggetje, tsssk.

Sexuele voorlichting op school komt of te vroeg of te laat. En dan heb ik het nog niet over de manier waarop. De echte evolutie speelde zich af in het brein en de geest van de mens. Hij had het vermogen zich zelf te kennen. Daarbij zijn geestelijke oorsprong en erfenis te vinden en te begrijpen. Even voor de duidelijkheid. Graag zou Ik zien dat er iets in deze site ingebouwd word dat niet meer mensen dezelfde nick gebruiken omdat Ik er niet zo op sta te kijken dat iemand met dezelfde nick als Ik een mening uit draagt die niet de mijne is.

Kan alleen maar misverstanden gaan geven op den duur. Maar het feit dat zon persoon zich aan een kind opdringt en tot seksuele handelingen verlokt. Klets toch niet zo uit je nek, Frik. Ik heb kinderen meegemaakt die zich aan mij opdrongen, Frik. En niet een keer. Het is en het achtjarige dochtertje van mijn toenmalige relatie kwam de eerste de beste keer dat we samen alleen thuis waren naar me toe terwijl ik in een leunstoel zat te lezen.

Ze ging een beetje wijdbeens staan, pakte de hand die langs de ene leuning van de stoel hing de andere hand hield het boek vast en drukte die in haar kruis. Neen, ze was tevoren nooit misbruikt en ik ben er ook niet op in gegaan. Ze heeft nog een keer of vijf op allerlei manieren en héél expliciet en overduidelijk geprobeerd me seksueel actief te krijgen. Kinderen zijn hartstikke seksuele wezens. Ik wist al uit eigen jeugdervaring dat kleine jongetjes dat zijn ikke namelijk zellluf , maar ik heb gemerkt dat kleine meisjes het ook zijn.

Comment 17 Blijf met je poten van een kind af. Seksualiteit is voor volwassenen. Politiek zijn we het altijd eens, Marie-José. En we moeten hier niet verhelen dat we elkaar ook persoonlijk goed kennen. Je weet ook wat ik hier ga antwoorden, want dat heb ik in persoonlijke gesprekken ook gedaan: Waarom weet ik toch dat het onzin is?

Omdat je de uitbuiting en machtsmisbruik aan de seksualiteit gepaard laat gaan. Zoals dat in de islam structureel bestaat.

Moet je niet doen, Marie. We hebben niet allemaal de mentaliteit van Afghaanse stamhoofden. Dus uitbuiting en machtsmisbruik hoeft in een seksuele relatie niet het geval te zijn, ook niet als het een kind en een volwassene betreft.

Een seksuele relatie tussen een kind en een volwassene is per definitie. Dat is niet waar. Een fatsoenlijke volwassene is net zo kwetsbaar als het kind.

Gut, Henk Comment 25 , terwijl jij toch echt wel je aandeel heb geleverd door een nick te nemen waarop eigenlijk nooit van zijn leven een tweede levende ziel zou komen. Van een onmogelijke exotiek. Dat een tweede levende ziel daarop is gekomen is toch wel een kosmisch toeval. Een op de vele triljoenen. Goed dat je bescherming eist van de webmaster.

Helaas moet ik je teleurstellen: Niet alle kinderen zijn seksueel actief of daar überhaupt ook maar in geïnteresseerd. Jij bent er juist mee omgegaan door er NIET op in te gaan. Dat vanwege de doodsimpele reden omdat jij weet waar je precies mee bezig bent ratio en zon kind nog niet half weet hoe het in elkaar zit emotio.

Inderdaad heb ik een extra spraakorgaan zich in mijn nek. Het gaat er bij mij van achteren in en het komt er van voren weer uit. Dat heb ik er ook nog eens bij als aandoening of gebrek. Ik weet niet of ik er juist mee omgegaan ben, door er NIET op in te gaan. Misschien had het kind wel een vormende genotservaring opgedaan die haar leven voor altijd gunstig beïnvloed zou hebben. We wéten het niet, hè? Het leven telt nog zoveel geheimen. Maar in elk geval: Weg met die hysterie rond pedofilie: Zo, nou heb ik het in één regel gezegd, geloof ik.

Want dat is het en niets anders. Nou eisen niet Martien hoewel Ik ook wel duidelijk wil stellen dat Ik het met de andere Henk niet eens ben ondanks dat Ik er niet tegen in ga.

Het is zijn mening en daar mag hij wat mij betrefd voor uit komen alleen is er de mogelijkeid dat er op een later tijdstip in een andere draad iets door me gezegt word en dan word Ik voor leugenaar uitgemaakt met verwijzing naar deze draad.

Dan ga Ik niet blij zijn, meer omdat het dan moeilijk verdedigbaar is. En de naam is mee overgekomen van de Irandraad indertijd bij Joost Niemoller. Ook daar had Ik er eigenlijk niet aan gedacht dat er makkelijk iemand bij zou kunnen komen met een eenvoudige nick.

De eerste zonder zonde mag de eerste steen werpen zij Jezus, de homo is niet meer en niet minder zondig dan de hetero. Veel christenen helaas realiseren zich dat niet. Dit gezegt hebbende kan je denk ik ook je twijffels hebben bij het nut van voorlichting in de klas als de kinderen thuis vergiftigt worden met haat. Het is als een druppel op een gloeiende plaat. Godsdienstvrijheid is een groot goed maar als dit misbruikt wordt om haat te zaaien heb ik toch zo mijn vragen.

Aan de andere kant, het probleem is dat men het verbod op haatzaaien juist wil misbruiken om kritische mensen zoals Frik of Ben Kok de mond te snoeren zodat zij voortaan alleen nog maar lieve dingen mogen zeggen over haatzaaiende christenen en moslims. Het mes snijdt aan twee kanten, en de minderheid is altijd de klos. Daar zit toch ok wat in, ook al voel je je tot het bot beledigt, leg het naast je neer, en scheld gerust terug!

Toevallig hebben Henk V en Ik vandaag nog een klein onderonsje gehad over Hypocritie ofwel gutmenschen. Ik kan hier alleen maar zeggen dat Ik het volkomen met je eens ben en zeker je opmerking over Ben en Frik. Ik weet het niet, maar deze taboes kun je niet overboord zetten. Dat weten ook degene die over de schreef gaan. Ja Frik, maar nou trek je je toch wel terug op een allerlaatste verdedigingslinie.

Is het nog nodig te zeggen dat baby- en kleuterpenetratie ook niet echt mijn ding is? Nog afgezien van het feit dat ook de seks met het wat oudere kind nooit mijn ding is geweest.

Toch nog even dat kinder-misbruik. Ik ken een Filippino die opgegroeid is onder het onderwijsregime van de Jezuïten Seks met jongetjes door de priesters was schering en inslag.

Deze inmiddels jarige Filippino heeft een traumaatje opgelopen. Hij is homo en klaagt werkelijk en oprecht dat hij nooit voor seks door de priesters is uitgekozen. Die hoor je te corrigeren en niet te faciliteren, mits ze er een leeftijdsgenoot bij vinden. Toevallig is in de Aziatische cultuur het veel meer geaccepteerd om op een ouder iemand te azen.

De oorsprong en reden daarvan is zuiver economisch. Daarnaast is niet jouw persoonlijke grens mijn leidraad. Het zou maar een saaie bedoening worden hier. Wie smijt er hier het bovenstaande verhaal voor de voeten van volk en vaderland? Ik sta in vol ornaat in de vuurlinie. Met de borst vooruit en de neus omhoog. Frik 39 De oorsprong en reden daarvan is zuiver economisch.

Ja, dat is goed Marxistisch geredeneerd. Ueberbau en Unterbau en zo. En in laatste instantie is het orgasme een verlangen naar winstmaximalisatie. Dat ziet een kind. Ja, zo wordt het toch allemaal duidelijk hoe het leven in elkaar zit. Je moet het vanuit de. Alleen al het wóórd is zo verschrikkelijk Freudiaans. Ach, ach, die materialistische Unterbau! Wat daar al niet uit verklaard is! Zelfs de islamitische terreur wordt daaruit verklaard.

Maar Frik, heb je nooit eens een vrouw gedaan? Nooit verliefd geweest op een meisje? Bovendien heeft een vrouw ook een eh achterbips en een voorbips, ik bedoel voor ieder wat wils toch! Ik heb niet zon anaalfixatie als degenen die op grond van lul-maar-wat denken mij de les te moeten lezen.

Hecht ik daar een oordeel aan? Zo ja, waar lezen we dat dan? Of heb ik die gave, met al mijn aandoeningen, niet om zoiets er uit te verstaan? Deel de visa gratis uit in Manilla en Jakarta en de jonge dames stellen zich op in rotten van drie. Het draadje is mooi en breed uitgesponnen. Ik ben trots op u allemaal; hoe je er ook over denkt. Gelukkig is er de wet die de grens bepaalt en niet de wensen van alle mensen. Die wet moet er voor allen zijn om mee te kunnen leven, elkaar te beschermen en niet een selectief gezelschap bevoordelen omdat ze een zogenaamde hogere moraal hebben vanuit het goddelijke of welk eender kletsverhaal.

Ik dank u zeer en zal nog es wat schrijven. Die pedo die jou als kind tijdens het leren vissen dingen met zijn lul liet doen is geen fatsoenlijke volwassene en is net zo geschift als Pedor Breedveld aan wie je refereert waar hij stelt dat er niks mis is met seks tussen een meisje van dertien en een volwassene.

Altijd fout, dat kindermisbruik, het valt me tegen, dat jij jouw vermeende schadevrije ervaring generaliseert naar anderen. Yeshua van Nazareth zegt er wel wat anders over, wie een kind misbruikt, verdient met een molensteen om zijn nek in de zee te worden geworpen. Wees even reeel man, wil jij die smeerlappen nog goed praten? Ik vroeg me al af waar je bleef, Ben. Wij hebben in het verleden hier achter de coulissen een heel eerlijke discussie over gehad en ondanks dat we de zaken anders benaderen qua opvatting en uitleg van het Christelijke geloof heb ik het ervaren als respectvol.

Het mooie is dat wij dat kùnnen en mogen in tegenstelling tot de islam. Hoewel ik vaak de zaken anders zie dan jij kunnen we als mens evengoed elkaar liefhebben. Dàt is de boodschap van jouw Yeshua en mijn Jezus Christus. En die zijn één, zoals jij en ik één zijn. Zoals ik ook van Martien hou, het is een enorm lieve en innemende man.

Zoals ik ook van moslims hou. Ik zei niet voor niks in comment nr. Als er iemand daartoe inspireert dan ben jij dat wel voor een goed verstaander. Overigens is Matteüs 18 vers 6 een persoonlijke mening en geen wetgeving of vonnis. Een verzuchting zoals we hier, op deze site, in vele toonaarden lezen. Wat dat betreft waren sommige discipelen niets anders dan bloggers en reaguurders avant la lettre.

Hi Frik, was laat thuis, vandaar. Over homofilie hebben we het genoeg gehad, net wat je zegt. Pedofilie is nieuw en daar ben ik heel duidelijk in: En dat geldt voor alle kinderen, blijf er met je poten af, geldt echt zonder uitzondering voor iedereen.

De maatschappij is zonder pedofilie al verrot genoeg, lijkt me. O ja, houden van mensen, ok. Dat geldt wat mij betreft ook voor moslims: En met liefde voor de mens, die pedofiel is, ontmasker is zijn gore gedachtenwereld en praktijken. Iemand , die bewust moslims is, vind ik dat overigens zeer kwalijk te nemen.

En dat geldt m. Gaan we pyromanen en kleptomanen ook goed praten? Aangeboren gedrag, moet kunnen, alle begrip. Sex met dieren, ach, alleen de PvdD is tegen, maar verder ok? Houd op met al die onzin. Ik vind het buitengewoon kwalijk dat, als ik een stukkie schrijf over homofilie, er onmiddellijk in de comments die afzwaaier wordt gemaakt naar pedofilie. Ik geef me bloot in dat stukkie en ben er werkelijk oprecht in. Ik durf en wil dat. Maar de link naar pedofilie ontgaat me eerlijk gezegd volledig, behalve dan dat ik het woord hanteerde om een bepaalde geestelijke hoedanigheid te beschrijven.

Verontruste lezers kan ik melden dat ik nooit die overweging tot het in de fik steken van een pedofiel in zijn huis heb overwogen. Kennelijk schrijf ik te overtuigend. Denk daar maar eens over na.. Hoewel Ik het zeer dikwijls met Martien eens ben moet Ik zeggen dat Ik hem nu een spiegel wil voor houden.

Aangenomen dat Je een kind hebt van laat ons zeggen 8 tot 12 jaar en een pedo misbruikt je kind, dan zou Ik je graag nog eens horen. Een smeerlap heeft mijn dochter op 12 jarige leeftijd een keer bij haar net ontluikende borstjes gepakt.

Ik heb nooit politie gebeld en heb dat zelf opgelost. Smeerlap 3 maanden in het ziekenhuis en geneest nooit meer helemaal waarover Ik nog niet een seconde denk.

Leer mij dat tuig maar kennen. Frik Ik steek het kot van een pedo dus wel in de fik zonder er een moment bij na te denken. Eenvoudig laat de kids met rust en anders neem je verantwoording klaar als een klontje. Ben, ik heb het voortdurend over grenzen. Een meneer die met een jongetje langs de slootkant zit en hem uitnodigt aan zijn piemel te zitten is walgelijk. Net als seks met dieren hoe verzint men zoiets?

Het gaat niet om het aangeborene maar om de schade die het anderen berokkent en daarmee ben ik terug bij de kern van mijn betoog: Het CDA en de Christelijke partijen in het algemeen berokkent mij en vele anderen schade met hun listig gedweep. Ja, laat ze de islam en hun eigen antisemitisme maar eens ontmaskeren. Dezelfde christelijke partijen zouden eens langzaamaan hand in eigen boezem moeten steke en gaan meefinancieren aan de schadeclaims die in de wereld betaald moeten worden aan slachtoffers van diezelfde christenen.

Hoho maar dan zijn ze niet thuis. Opdoeken het hele christelijke gebeuren die al eeuwenlang ellende over de mensheid uitgestort heeft. En hun Miljarden uitdelen over hun slachtoffers. Mooi stukje schrijfsel Frik. Ik heb vroeger heel wat homos meegemaakt waar ik altijd op de bank kon blijven slapen zonder een probleem of een move. Zelfs toen ik nog jong en mooi was lieten ze me altijd in me waarde en waren heel gastvrij.

De meeste hadden trouwens toch een vast vriendje of een eigen clubje vriendjes waar zijn hun gerief konden halen. Bij een eerste ontmoeting keken ze wel even de kat uit de boom en probeerde me met steekjes onder water te testen, maar zodra ze wisten waar rommel de mosterd vandaan haalden was dat over. Met homos kon je ook zaken doen en ben nog nooit door 1 van hun geript. Wat je niet van alle heteros kan zeggen.

In de jaren 70 en 80 zaten er veel in de horeca en ze boerde altijd goed zodat ik soms daar een mazzeltje kon halen of toegestoken kreeg zonder wederdienst.

En waarschijnlijk zullen er ook valse nichten zijn maar meestal bewaren ze dat gedrag voor hun soortgenoten. Als ik heel eerlijk ben moet ik bekennen dat ik juist degene was die misbruik van hun maakte.

Toen ik 14 was probeerde ze me soms -- nee geen vieze ouwe mannetjes maar vlotte kerels van hooguit 30 jaar -- te versieren, als ik achter de flipperkast stond op de Damrak. Dan ging ik een beetje nichterig bewegen achter die flipperkast en douwde ze allemaal guldens in die kast. Als ik dan uitgespeeld was gingen ze een beetje met me praten om te peilen hoe de vork in de steel zat, en dan liet ik ontvallen dat ik honger had.

Zullen we wat eten vroegen ze dan, ja natuurlijk zei ik dan, maar niet bij Mc Donalds of Wimpie, maar in de Gouden Leeuw of de Chinees bij de Dam. Bij een tweede afspraak heb ik een keer zelfs een mooie Koga-Miyata racefiets gekregen. Dat ding had minsten gulden gekost. Bij een ander een Puma zakmes van gulden. Nieuwe kleren, Levis uiteraard Der heeft zelfs een keer eentje 25 gram hasjiesj voor me gescoord.

De derde afspraak kwam ik nooit opdagen, wist onderhand dat ze dan waar voor hun geld wouden hebben. Nee, van mij hoor je alleen maar goed over homos.

I still love them. Heb alleen maar goeie herinneringen aan homos. Voor wie wil weten hoe dat pedo-stukkie werkelijk in elkaar stak: Ik ben met een notoire crimineel op zijn Honda naar Groningen gereden naar die pedofiel, die het gat waar we woonden uit gevlucht was, want er viel iets te regelen.

Eenmaal daar gekomen bleek dat de gek ons wilde betalen om zijn flat in de fik te steken voor het verzekeringsgeld. Een bejaardenflat met oude mensen als buren. Mijn criminele maat heeft hem een kleun voor zijn harses gegeven en we zijn vertrokken.

Maar ja, zulke incidenten zijn voor een stukkie te mooi om te laten liggen en in een eigen vorm te gieten. Van het Nederlandse tot aan het Britse parlement. Allen keurig getrouwde meneren. Ik weet precies wat je bedoelt Frik. Ik heb een keer meegemaakt in de gokhal dat er eentje naar me toe kwam die duidelijk geen homo was maar meer een contactpersoon die voor wat geld eruit gestuurd was door een viezerik om jongetjes te ronselen.

Die heb ik ook zijn adres aangenomen. Woonde ergens in de Bijlmer. Heb me vrienden opgetrommeld en zijn we later een bezoekje gaan brengen. Hij wist niet toen die de deur voor me opendeed dat er nog 4 man op het de trappengang stonden te wachten voor dat moment. Je had hem moeten horen smeken toen we eenmaal binnen waren, bij die homo viel veel meer te halen en hij zou ons helpen binnen te komen. De criminele pooier had duidelijk niet door dat het ons daar niet over ging.

Pedofilie heeft trouwens niks met homofilie te maken. Laat die kinderen lekker met rust om met elkaar te spelen. Bemoei je er niet mee.

Maar zou ik eens mijn scheur open trekken dan gaan er zeker koppen rollen. Er zijn er bij die zo even 2 ruggen in de maand overmaken vanuit London om een Javaans snoepje te onderhouden voor de vergaderingen in Holland terwijl thuis vrouw en kinderen op de bank zitten. Zouden ze daarmee niet Qaum Lut bedoeld hebben vroeger?

Heb er een comment veranderd, eigenlijk geprobeerd eruit te halen. Maar ieder geval, ik en jij weet waar het over gaat. En dat is het belangrijkste. De rest is maar aanhangsel hier.

Ik heb me ook aan me zwijgplicht te houden. Dat heb ik me grootmoeder met een hoerenkast waar ik opgroeide en de vriendinnetjes die daaruit voortvloeide beloofd. Ging altijd met ogen naar beneden naar me zoldertje boven. Ik wil de wereldorde niet verstoren. Eigenlijk wel, maar ik wacht liever totdat ze het zelf doen. Daarom voel ik me op deze site ook zo thuis.

Je moet wel van de pot gerukt zijn als je het nog kan volgen. Maakt de views compleet. En een liedje om het te vieren, en vijftien minuten bedenktijd. Om Frik gelukkig te maken. Nog 6 minuten, het gaat erom spannen. Ik twijfel en nog maar 2 minuten, ik bedoel 1 minuut. Lang gewacht nooit gedacht. Inmiddels heb ik van Frans Groenendijk een privé-mail binnen gekregen naar aanleiding van mijn comment no.

Groendijk vond het nodig mij dit te mailen: Je spreekt hier over jezelf. Wees een vent en zoek psychische hulp. Nou dacht ik in de eerste plaats aan de wellicht genetische pedofiel die het allemaal erg zachtaardig bedoelt en misschien net zo zit met zijn gevoelens zit als de homoswele medemens.

Dus ik had het niet over mezelf: Liefst tijgers in het wild en dan mannetjes in hun reet. Ik had overigens wel een persoon op het oog.

Ik heb die bewuste pedofiel die mij aan de waterkant met zijn lul liet spelen nog eens op latere leeftijd gesproken. Hij stond in zijn tuintje in het dorp, een verlegen zachtaardige man. Ik weet niet meer waarover we het gehad hebben. Niet over lullen aan de waterkant in elk geval. Maar ik heb hem laten merken dat ik geen wrok koesterde en hem niet veroordeelde.

Overigens heb ik Frans Groenendijk het volgende laten weten: Ik wil je nooit meer zien en nooit mee spreken Als ik je tegenkom, sla ik je op je bek. Dat is een belofte. Maar Ben toch, waar is je Bijbelse Liefde gebleven? Waar is je hij-die zonder-zonde-is-werpe-de-eerste-steen en je oordeel-niet-opdat-gij-niet-geoordeeld-wordt? Maar ik was toch nog wel gezond genoeg om de praktijk van uithuwelijken van zeer jonge meisjes aan ouwe kerels in de islam vele malen aan de kaak te stellen.

Over het incontinent raken van die kinderen door veel te vroege zwangerschappen heb ik geschreven. Misschien moet je nog eens lezen wat ik schreef over het neuken van allerlei zeer jonge meisjes door islamitische dorpspotentaten in Iran. Daar zit het kwalijke wat mij betreft: Ik pleit niet voor pedofilie, zelf heb ik ook nooit gepedofielt, ik pleit er alleen voor dat er minder hysterisch over gedaan wordt.

Scheelt allicht een paar vermoorde kinderen per jaar. Zal ik ook eens een verdachtmaking loslaten:

Homo zijn is erg maar je zal maar pedo wezen. Bij een ander een Puma zakmes van gulden. Hy dee dan nauw verneemen, hoeveel koeken haar ontrooft waren: De Nederlandse vrouw heeft zich gewoonn aangepast aan de doorsnee Nederlandse man. Prima, nette school waar nooit ook maar iets verkeerds gebeurde! Oprechte liefde, trouw en toewijding aan het gezin. NEUKMACHINE VOOR MANNEN VROUW VOOR SEX GEZOCHT