kut dicht naaien escort service zeeland

Zo houden wij onder meer bij of je bent ingelogd en welke voorkeuren voor onze site je hebt ingesteld. Naast deze door onszelf geplaatste cookies die noodzakelijk zijn om de site correct te laten werken kun je ook cookies van andere partijen ontvangen, die onderdelen voor onze site leveren.

Cookies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om een bepaalde advertentie maar één keer te tonen. Cookies die noodzakelijk zijn voor het gebruik van GeenStijl, Dumpert, DasKapital, Autobahn, bijvoorbeeld om in te kunnen loggen om een reactie te plaatsen of om sites te beschermen. Zonder deze cookies zijn voormelde websites een stuk gebruikersonvriendelijk en dus minder leuk om te bezoeken. Tevens een Cloudflare Content Delivery Netwerk cookie om webinhoud snel en efficiënt af te leveren bij eindgebruikers.

Dat zeiden we dus al. Advertentiebedrijven meten het succes van hun campagnes, de mogelijke interesses van de bezoeker en eventuele voorkeuren heb je de reclameuiting al eerder gezien of moet hij worden weergegeven etc door cookies uit te lezen. Heeft een advertentiebedrijf banners op meerdere websites dan kunnen de gegevens van deze websites worden gecombineerd om een beter profiel op te stellen. Zo kunnen adverteerders hun cookies op meerdere sites plaatsen en zo een gedetailleerd beeld krijgen van de interesses van de gebruiker.

Hiermee kunnen gerichter en relevantere advertenties worden weergegeven. Zo kun je na het bezoeken van een webwinkel op andere sites banners krijgen met juist de door jezelf bekeken producten of soortgelijke producten. De websitehouder kan die cookies overigens  niet  inzien. Je hoeft niet bang te zijn voor deze bedrijven.

Ze zijn best lief. En leren is leuk. Om onze bezoekersstatistieken bij te houden maken we gebruik van Google Analytics. Dit systeem houdt bij welke pagina's onze bezoekers bekijken, waar zij vandaan komen en op klikken, welke browser en schermresolutie ze gebruiken en nog veel meer.

Deze informatie gebruiken we om een beter beeld te krijgen van onze bezoekers en om onze site hierop te optimaliseren. Zo worden onze websites nog veel superduper leuker om aan te klikken dan voorheen. Google, die deze dienst levert, gebruikt de informatie om een relevant, anoniem advertentieprofiel op te bouwen waarmee men gerichter advertenties kan aanbieden.

Naast bovenstaande zijn er meer onderdelen die een cookie kunnen opleveren. Veelal worden deze gebruikt door de content-partners om te analyseren op welke sites hun gebruikers actief zijn en hoe hun diensten presteren. Denk hierbij aan filmpjes van bijvoorbeeld YouTube, foto's van diensten als Imgur, Tumblr of picasa, en 'like' knoppen van sociale mediasites als Twitter en Facebook. Deze websites schijnen best wel een beetje populair te zijn dus we dachten: Wil je nou echt nog meer weten? Ja, door hier te klikken ga ik akkoord met de cookies, scripts en webbeacons die via NewsMedia Websites GeenStijl, Dumpert, Das Kapital en Autobahn geplaatst kunnen worden.

Ik begrijp dat deze cookies, scripts en webbeacons door NewsMedia Websites en door derden geplaatst kunnen worden voor functionele en analytische doeleinden, voor social media, om mij advertenties te tonen, mijn surfgedrag te volgen of gewoon omdat men daar zin in heeft. Ik ga er ook mee akkoord dat met behulp van deze cookies, scripts en webbeacons persoonsgegevens over mij kunnen worden verwerkt voor deze doeleinden. Ondanks dat ik op de rest van het internet prima mijn eigen privacy kan regelen of er simpelweg niet om geef, ben ik dankbaar dat de overheid mij overal op het Nederlandse web van dit soort nep-privacy-beschermings­stickers voorziet.

Scroll omlaag voor meer informatie. Moe van dit soort popups? Installeer dan de Deze plugin om van het gezeur af te zijn. Hieronder staat het, nog even doorscrollen. Dus u wilt meer informatie? Bij het bezoeken van NewsMedia sites kun je de volgende soorten cookies verwachten: Functionele cookies aka supermegahandige cookies Cookies die noodzakelijk zijn voor het gebruik van GeenStijl, Dumpert, DasKapital, Autobahn, bijvoorbeeld om in te kunnen loggen om een reactie te plaatsen of om sites te beschermen.

Cookies van Advertentiebedrijven aka de schoorsteencookies Advertentiebedrijven meten het succes van hun campagnes, de mogelijke interesses van de bezoeker en eventuele voorkeuren heb je de reclameuiting al eerder gezien of moet hij worden weergegeven etc door cookies uit te lezen. Dat komt omdat hij altijd in een of andere fabriek heeft gewerkt en nu voor dat hij zijn laatste adem uitblaast toch nog wat avontuur en romantiek wil meemaken.

Laten we hopen dat hij lang genoeg blijft leven. Wanneer op de lange reis de verveling toeslaat, is meestal de jongste de lul. Niet op de "Zeeland", daar is de oudste degene met de minste ervaring, dus Ome Kees is aan de beurt. Al de bekende flauwe rotstreken halen we met hem uit. Van de schop met het voetje tot het kompassleuteltje en van het dichtnaaien van de pijpen van zijn overall tot water in zijn schoenen als hij ligt te slapen. Hij laat alles over zich heenkomen zonder zijn goede humeur te verliezen.

Hij blijft vriendelijk, behulpzaam en klaagt niet. Uiteindelijk zijn wij degenen die zich hier niet erg prettig bij voelen en ons schamen. Natuurlijk wordt hij nog wel eens in de maling genomen, maar dan op de manier zoals we dat elkaar ook doen. De Golf en de Portugese Noord hebben we al weer achter ons, de zon schijnt en het wordt steeds warmer.

Het is zaterdagmiddag en we hebben lekker snert gegeten, borden vol! Aan de geluiden te horen begint de spijsvertering al goed op gang te komen We staan met een man of wat op de brugvleugel en vervelen ons, elkanders verhalen kennen we onderhand wel, dus wat zullen we nu weer eens doen? We roepen de anderen erbij en staan als haringen in een ton stijf op elkaar gepakt te meuren dat het niet mooi meer is. Het knettert en knalt aan alle kanten, de lucht is niet te harden, de temperatuur is dik boven de 35 graden en we staan te zweten als otters.

Dit is echt niet vol te houden, maar niemand wil als eerste opgeven. Ome Kees die ertussen is beland zonder precies te weten waar het om ging zegt met benauwde stem: Hij open de bakboords deur, stapt naar adem snakkend de vleugel op en hoort achter zich, Ome Kees als je zo terug komt, neem je dan gelijk die doos bier mee? Op dat moment komt de kapitein, die zijn hut heeft waar op andere schepen de kaartenkamer zit, in zijn pendek het stuurhuis in. Door al het gestommel is hij uit zijn schoonheidsslaapje gehaald en staat, terwijl hij zich met volle hand in het kruis krabt, even verdwaasd om zich heen te kijken naar die gekken die daar buiten staan te brullen van het lachen.

Dan bespeurt hij dat de gezonde zeelucht een ietwat ander aroma met zich meedraagt dan gewoonlijk. Nog harder krabbend, zodat het lijkt alsof hij last van zakratten heeft, informeert hij woedend naar de naam van de hoerenzoon die hier zo smerig heeft staan schijten, want dan zal hij dat gore zwijn wel even over de muur pleuren.

Hier moet ik toch even uitweiden over Ome Romer, een bemanningslid die niet op de monsterrol staat. Stil, laat Ome Romer dat maar niet horen. Want Ome Romer is er altijd op uit om de zaak in het honderd te laten lopen. Net als je denkt dat alles goed gaat, gooit Ome Romer roet in het eten. Het mangat van het trossenruim is open blijven staan en er is een beste smak water naar binnen gekomen zodat we een flinke puinhoop kunnen opruimen.

Of je doos bier is opeens leeg en je maat zweert dat hij van niets weet: Ja, zelfs als er in de kombuis iets aanbrandt, of de autopilot pleurt uit zijn werk zodat je achter je eigen sleep aan vaart, het is altijd de schuld van Ome Romer. Ook kan Ome Romer het weer beïnvloeden zodat we dagen achtereen tegen een rottig stukkie zee liggen in te stampen.

Soms, wanneer je in het donker vanuit je ooghoek een beweging waarneemt, weet je dat hij weer op pad is, maar écht zien doe je hem niet. De koks vanwege de hitte van het fornuis, de marconisten vanwege het gepiep uit de "spreeuwenkast" en het de hele dag moeten praten in punten en strepen. Onze sparks is geen uitzondering op deze regel.

Hij gaat er vanuit dat échte heren niet vroeg opstaan en aangezien hij er van overtuigt is hij de enige heer aan boord is, laat hij zich voor tienen niet zien. Pas met pikheet verschijnt hij in de officiers mess, op zijn badslippers gekleed in ochtendjas met een keurig gevouwen handdoek over zijn arm en een bad tasje in zijn hand. Bij zijn kopje koffie eet hij een geroosterd boterhammetje met aardbeienjam, luistert met één oor naar het gepiep uit de radiohut, met het ander naar de gesprekken om hem heen en leest ondertussen ook nog een flut romannetje.

Om kwart over elf worden de tafels gedekt en verdwijnt hij richting douche. Inderdaad, een heren leven. Soms gebeuren er echter dingen die zijn dagritme enigszins in de war sturen. Bijvoorbeeld wanneer de radar weer kuren heeft. Onze radar, die nog op de ark van Noach heeft gestaan, laat het op de meest ongelegen momenten afweten.

Dat levert een tafereeltje op als in een ziekenhuis waar de heren doktoren rondom de doodzieke patiënt staan te overleggen. De eerste machinist, die denkt dat hij vanwege zijn rang het meeste verstand van die dingen hoort te hebben: Het antwoord bestaat uit, een blauwe vlam en een rauwe kreet van pijn, gevolgd door enige godslasteringen. De sparks komt overeind met een verwilderde blik in zijn ogen, terwijl zijn haren die anders netjes tegen zijn hoofd geplakt zitten, nu recht overeind staan.

Hij heft zijn handen alsof hij iemand wil wurgen en doet twee stappen richting kapitein. Die herinnert zich plots een onafgemaakt klusje in zijn hut en is meteen verdwenen. De eerste begint nog even over condensatoren en hoogspanning, maar daar luistert niemand meer naar. Op de lange reis is dit humor van de bovenste plank, geen cabaretvoorstelling kan het halen bij de dingen die je hier meemaakt.

O ja, de radar had alleen een nieuwe radiobuis nodig en doet het alweer. Hij geeft te kennen dat hij best wat lust maar een boterham met ouwe opsnit is nu niet bepaald aantrekkelijk. De hutten van het gewone volk, bevinden zich onderdeks rondom de messroom.

De mijne, een viermans runners hut die ik, omdat de runners op de sleep zitten, voor mezelf alleen heb, bevindt zich vooraan aan bakboord. In de verste hoek van die hut zit een luik in het dek waardoor je via een stalen ladder nog een dek lager komt en in de store. Nu zit daar een hangslot op, waar alleen de kok een sleutel van heeft, …..

Ik ga dus boodschappen doen en daarna aan de gang in de kombuis. Uien bakken met veel sambal, daar vlees uit blik doorheen vervolgens een blikje tomatenpuree en vier eieren erdoor goed voor het zakkie , zout niet vergeten. Half brood onder de arm, blik perziken onder de ander, twee vorken en messen in mijn kontzak, de pan en twee borden in mijn handen en dan naar boven.

De stuurman haalt er rap twee pilsjes bij, dat is genieten! Na het eten alles goed afwassen en de kombuis achterlaten alsof er niets gebeurd is.

We zitten nu echt in de tropen, het is bloedheet en er is geen airco aan boord. Wat is dan logischer, dan nu zuigers te gaan trekken. We varen nog steeds economische snelheid op BB motor terwijl de SB motor uit elkaar ligt. Af en toe schieten er vliegende vissen laag boven zee door de lucht, om vele tientallen meters verderop kans te zien met alleen hun staart het water te raken en daarmee weer te versnellen zo dat ze verder zweven.

Net na enen, met de warme hap achter de knopen, wordt er alleen gewerkt door degene die wacht hebben, de rest doet een tukkie of zit slaperig aan dek op een plekje in de schaduw. Ook in de vetput wordt niet gewerkt, véél te heet nu. Plotseling valt, zonder enige waarschuwing, de BB motor uit.

Even is het doodstil, dan breekt de pleuris uit. Machinisten en olielui vliegen de vetput in sommige op blote voeten met alleen een pendek aan. Ook aan dek en op de brug wordt er gerend en geschreeuwd. Al die opwinding snap ik niet, we zitten mijlen ver uit de kust en het is bladstil weer. Wat kan je hier gebeuren we hebben toch alle tijd?

Logisch, als je bedenkt dat tussen die bak en de sleepboot ca. Dat is een gewicht van heb ik jou daar en trekt de bak naar voren en ons naar achter. Bovendien is daar de draad van de baggermolen, die twee keer zolang is en twee keer zo hard aan ons trekt.

Daar komt de bak aan zeilen, hoog steekt zijn boeg boven ons achterdek uit Rakelings schiet hij schuin achter onze kont langs, met de twee runners in zwemvest aan dek. Hier is geen redden meer aan, straks worden we gekraakt tussen bak en molen! Er worden al voorbereidingen getroffen om de draad van de molen te kappen en die van de bak te laten schieten.

Op dat moment komen er wat vreemde geluiden uit de vetput en start een van de motoren. Nog voor de telegraaf rinkelt, draait de schroef al vooruit en stuurt die ouwe de boot uit de baan van de bak en voor de molen uit. De bak is opeens weer zo mak als een lammetje en volgt ons weer netjes, terwijl de molen langzaam afzakt en zijn oude plaatsje weer inneemt.

In eerste instantie worden de vetpriesters vereerd en aanbeden. Wierook en lauwerkransen komen er niet aan te pas maar dat is alleen omdat die dingen op zee niet zo snel voorhanden zijn. Want die tovenaars van beneden hebben toch mooi even alles en iedereen gered, o zo! Wanneer de hoerastemming wat is afgezakt, zegt iemand: Deze draait zich naar zijn ondergeschikten en probeert de blik van die ouwe te imiteren.

Nu vliegen de beschuldigingen over en weer, maar niemand heeft het gedaan. Dan komt een van de fietsenmakers met het enige antwoord waar onze gezagvoerder genoegen meeneemt. De rest van het zwarte koor kijkt elkaar opgelucht aan en beaamt dit gretig. Die ouwe kalmeert op slag, geeft de wacht over aan de tweede en verdwijnt in zijn hut.

In welke vorm dit geintje in het m. Hij heeft verschillende namen Blacky, Moortje, Ouwe schooier, Vuil zwart schijtend mormel en Vlooienbak, het ligt er maar net aan wie hem aanspreekt.

Eigenlijk is hij van de kok maar toen die ouwe begon van: En na het nodige aankijken met trouwe bruine hondenogen, kwispelen en zacht janken, slaapt hij nu bij die ouwe in zijn hut. Ja, als die ouwe gaat pitten en Blacky is er nog niet, moet de uitkijk hem gaan zoeken. Toch heeft Blacky één vijand aan boord, een van de matrozen.

Dat komt doordat Blacky gek is op gedragen sokken. Hoe harder ze naar tenenkaas meuren, hoe lekkerder ze zijn. Hij kauwt er op en scheurt ze aan reepjes, héérlijk vindt hij dat. Dat weten we allemaal, dus laten we onze sokken niet slingeren en wie dat toch doet, moet ook de gevolgen dragen.

Weet zo'n beest veel? De Blacky hater is voor de tweede keer een paar sokken kwijt en loopt te vloeken en te razen: De kok vraagt of iemand Blacky al heeft gezien.

Met pikheet is Blacky nog steeds niet tevoorschijn gekomen en we worden toch wat ongerust. In plaats van koffie drinken, gaan we zoeken maar we vinden hem niet. Nu heeft iedere zeeman wel eens gedacht, 'Als ik overboord pleur terwijl niemand het ziet hoelang hou ik het vol om boven te blijven en hoe is het om langzaam te verzuipen?

Dus niemand die hem gelooft, zoiets doet een zeeman niet! We gaan weer zoeken en nu ook in kasten en andere bergplaatsen, maar geen Blacky.

Langzaam dringt de waarheid tot ons door, 'Die vuile rotschoft heeft het echt gedaan! Even dreigt er een lynchpartij, maar dan zegt Rinus: Zolang kan zelfs een dapper hondje als Blacky niet blijven zwemmen en we beseffen dat we hem echt kwijt zijn.

De laffe moordenaar krijgt op staande voet de zak en heeft hut arrest tot we in Dakar zijn, vanwaar hij op eigen kosten naar Holland kan. In de messroom komt hij alleen om eten te halen dat hij in zijn hut moet opvreten en waar hij, wat ons betreft, in mag stikken. Niemand die ook maar één woord tegen hem zegt en hij wordt straal genegeerd als hij zelf probeert iets te zeggen. We voelen allemaal een ingehouden woede en die vuile hufter doet er verstandig aan om ook 's nachts niet aan dek te komen, want een "ongeluk" zit in een klein hoekje.

Dakar   De sleepdraden worden opgekort, want we naderen Dakar waar we gaan bunkeren en storen. Heerlijk om, na al die weken met alleen maar water om je heen, weer land te zien.

Zoveel kleuren groen, en wat ruikt het lekker! Zodra we vast liggen en ingeklaard zijn kan de gore dierenbeul oprotten. Het liefst zien we hem tussen wal en schip verdwijnen, maar hij komt veilig aan land en druipt af zonder dat ook maar iemand één woord tegen hem zegt.

We zullen hier twee dagen blijven liggen, dus dat wordt stappen! Helaas, de twee o. Langszij ligt de lege bunkerboot, een sleepbak, te wachten tot de sleepboot hem komt halen. De bemanning, vijf man sterk, zit gezellig bij mij aan dek te kijken hoe ik dobbelstenen fabriceer. Van dat kijken naar mijn werk, krijgen de heren honger en vragen me of er wat te kanen valt. Dat treft, want om dat de vrieskamer leeg moet voor de nieuwe stores, heeft de kok het laatste vlees gebraden. De grootste soeppan uit de kombuis zit vol met jus en vlees en wie trek heeft die pakt maar.

Ik sleep met moeite de pan aan dek en zeg 'bon appétit! Meteen verdwijnt er een grote zwarte ongewassen hand in de lauwe vette jus en komt boven met een grote karbonade. Na een flinke hap te hebben genomen vraagt hij, al kauwend en slikkend met het vet druipend van zijn kin: Verdomme, dat is waar ook, die lui hier zijn Mohammedanen en mógen helemaal geen varkensvlees vreten.

Nog voor ik antwoord kan geven, duiken er rap nog vier man met hun ongewassen klauwen in de jus en nemen snel een hap. Dan staren vijf vette gezichten me vragend aan. Moet ik ze nu gaan vertellen dat ze gezondigd hebben tegen de wetten van Allah? Voor de duidelijkheid hou ik twee vingers als horens boven mijn hoofd, maak loeiende geluiden en schraap met mijn "hoeven".

Dat werkt, nog terwijl ze staan te proppen verdwijnt hun andere hand al in de jus en komt met een karbonade boven. Weer nemen ze eerst een grote hap voor ze naar de herkomst vragen. Ik zie aan hun smoelen dat ze verrekte goed weten wat ze aan het schransen zijn, maar toch voer ik na iedere "duik" mijn stierenact op en zijn zij gedekt tegenover Allah.

De mannen krijgen ook nog versterking van af de wal en staan elkaar te verdringen rond de pan. Op het laatst gaan ze tot de ellebogen in de jus om de laatste losse stukjes er uit te halen.

De volgende morgen ben ik een etmaal vrij en zwerf overdag wat langs de haven en door de stad. Ik doe niets bijzonders, maar geniet gewoon van het vrij kunnen rondlopen zonder steeds de zelfde rot koppen te moeten zien. Er doen verschillende versies de ronde over hoe Koperen Willem, de chef runner, aan zijn bijnaam komt.

Volgens een daarvan heeft zijn bijnaam te danken aan de nogal uitbundige kleur van kapsel en baard. Beide zijn vrij lang en de kleur doet inderdaad aan koper denken. Het gerucht gaat, dat hij haar en baard iedere dag wast maar dat de rest van zijn van lijf pas met Kerst aan de beurt is. We zitten weer op zee en Willem laat ons via het dagelijks radiopraatje weten dat ze op de molen een extra bemanningslid hebben.

Wat is er gebeurd? Toen Willem 's middags in de stad wandelde, kwam hij in de "Europese wijk" terecht. Allemaal riante villa's met grote tuinen en grote hoge hekken. In een van die tuinen zag hij een pup van een Duitse herder. Hoe hij het precies geflikt heeft weet ik niet, maar het hondje zit nu op de molen, waar het de cursus " hoe word ik zeehond in twaalf lessen" volgt.

Het kleine mormel is zeeziek, loopt schijtend en kotsend door het verblijf en denkt dat Koperen Willem God is. De molen, aan zijn duizend meter sleeptros, sukkelt daar in de verte rustig achter ons aan. De onderlosser, op de halve afstand, scheert twee a driehonderd meter heen en weer, steeds over de draad van de molen heen.

Dat kan geen kwaad, want daar zit een bocht in die minstens honderd meter diep hangt. Soms lijkt het er op dat de bak ons voorbij wil maar steeds scheert hij terug en laat zijn andere zijde zien. Het valt me op dat de twee runners, die anders op het heetst van de dag in het zwembad liggen, in het beun staat meer dan een meter water nu druk op het achterdek aan de gang zijn.

Het lijkt of iemand iets aan het afzagen is maar het is te ver weg om precies te zien wat ze doen. De bak scheert weer eens uit en gaat zover door, dat ik weer even op het achterdek kan kijken. O, nu zie ik het, ze zijn weer aan het haaien vissen met een hieuwlijn met daaraan een stalen voorlopertje met een paar vleeshaken. Een van de maats staat tenminste achterop een lijn binnen te halen. Dat moet een flinke haai zijn, want zo te zien krijgt hij hem alleen nooit binnen.

Het achterdek verdwijnt weer uit het zicht. Ik ben benieuwd of ze dat monster nog binnengehaald hebben. Tijdens het radiopraatje krijgen we het hele verhaal te horen. Wat ik voor vissen aanzag, was toch iets anders. Omdat ze zich verveelden hadden ze iets nieuw bedacht, waterskiën! Hoe kom je echter aan ski's? Dan neem je een zaag, hamer, een paar broeksriemen, wat spijkers en voor je het weet heb je een paar fantastische ski's, compleet met bindingen.

Dat ijzerhout het soortelijk gewicht van een spoorrail heeft en dat 4 knopen misschien ook niet de juiste snelheid is om topsport te bedrijven, ach dat zijn alleen maar lastige details waar je niet op moet letten. Nadat ze geloot hebben wie er het eerst mag, krijgt "de gelukkig winnaar" de ski's onder gebonden, een lijn om zijn middel en wordt te water gelaten.

Tot zover het geslaagde deel van het watersport gebeuren. Dat hij niet kan skiën. Dat ijzerhout niet blijft drijven. Dat hij zeker de nieuwe Messias niet is, want over het water lopen lukt  ook al niet. Voor hij beseft wat er gebeurd is hangt hij half onderwater aan de lijn.

Gelukkig zit de andere tamp op een bolder belegt. Steeds weer gaat hij koppie onder. Zijn maat probeert hem weer terug naar de bak te trekken maar de ski's zitten goed vast en werken als drijfanker. Dan schiet een van de bindingen los en met zijn laatste krachten weet hij zijn andere been ook los te wurmen. Nu kan zijn maat hem naar de bak toe trekken, waar hij eerst tien minuten half verzopen over het roerblad hangt, voor hij met enige hulp weer aan boord klautert. Het leven op de onderlosser is nogal primitief.

Er is geen elektriciteit aan boord, dus moet alle verlichting van olielampen en zaklantarens komen. Er is ook geen hydrofoor, zodat ze zoetwater met een ouderwetse "boerenpomp" uit de tank moeten trekken. Koken doen ze op een petroleumstel, iets wat met slecht weer levensgevaarlijk is, dus moeten ze het soms dagenlang zonder warm prakkie doen. Een radio hebben ze niet, laat staan TV. Wanneer je met zijn tweeën al een paar maanden op een bak zit, ken je elkaar van haver tot gort. De verhalen van de ander heb je al tig keer gehoord en alle moppen zijn ook al menig maal verteld.

Dan slaat de verveling toe en ga je wat anders zoeken. Omdat waterskiën de heren bij nader inzien toch niet zo bevalt, werpen ze zich maar weer op de hengelsport. Eerst lopen ze 's morgens een rondje om de vliegende vissen, die 's nachts aan boord zijn gevlogen, op te rapen. Die zijn gebakken erg lekker bij het ontbijt. Een stuk of wat bewaren ze om tonijn te vangen, dat is lekker voor 's avonds en de kop is goed aas voor het echte werk, haaien vangen.

Je kunt de staart afhakken en de tanden er uithalen als souvenir maar dat is na paar keer ook niet interessant meer. Dus gooi je ze weer in zee? Niet deze jongens, die hebben weer wat nieuws bedacht. Een zeewater aquarium met "haaien en andere vissen". Vrij naar Wolfgang Ott. Zoals gewoonlijk gaan ze zeer voortvarend te werk. Alles wat ze vangen gooien ze in de beun.

De loskleppen kieren een beetje, zodat het water redelijk ververst wordt maar de vissen niet ontsnappen kunnen. Ze werken zich uit de naad en sleuren van alles en nog wat aan boord, net zo lang tot ze een leuk "aquarium" vol vis hebben. Normaal nemen ze op het heetst van de dag een verkoelende duik in de beun maar nu met die grote scherp getande bekken daar beneden, is er toch iets wat hen tegenhoudt.

Wat moeten ze nu? De kleppen openen en zo alles laten ontsnappen kan niet. In Vlaardingen is alles zee vastgezet, gelast of gesjord. Dus ook de kleppen. In de beun vissen lukt niet, want die kolere krengen bijten niet. Zelf de beun in met een strop durven ze niet, want misschien bijten die rotbeesten dan wél.

Dat wordt tot Kaapstad, niet zwemmen. De hele dag kaarten? Dat verveelt ook, zeker als je allebei vals speelt. Het loopt uit op een flinke ruzie, waarbij ze elkaar nog net niet aan het mes rijgen en het eindigt in elkaar doodzwijgen.

Het radiopraatje krijgen we nu in duplo, in zowat de zelfde bewoordingen, alleen de namen zijn anders. Ze ontlopen elkaar zo veel mogelijk, de een huist voorop en de ander zit in het achter verblijf. Als de een gekookt heeft, loopt hij met zijn pannetje door SB gangboord naar voren om daar zijn prakkie op te kanen, terwijl de ander door het BB gangboord naar achter gaat om zíjn potje te koken.

Dit duurt een dag of wat en net als we denken, dat komt nooit meer goed, zijn ze opeens weer de dikste vrienden en halen samen de idiootste stunts uit. Het contact met de sleep wordt, twee keer per dag, onderhouden met een radio zender. Maar omdat de wachten lang en saai zijn staat de Aldisslamp ook vaak te flikkeren, meestal alleen maar voor een ouwehoerenpraatje. De tweede is weer aan het seinen met de molen en leest: Die ouwe die net van tafel komt en onderweg is naar zijn middagdutje, heeft even mee staan kijken en dicteert de stuurman een antwoord dat er niet om liegt.

Op de molen geven ze het niet zomaar op. Nu neemt die ouwe de lamp en verteld ze precies waar het op staat. Daar zijn de mannen, gezien het antwoord, niet van onder de indruk. De kijkers worden op het voordek gericht, waar twee runners met voorhamers bij de patentkoppelingen staan, klaar om de kettingspruit te laten slippen.

Het antwoord is kort en krachtig, g-e-e-n b-i-e-r g-e-e-n s-l-e-e-p en de mannetjes daar in de verte beginnen op de koppelingen te slaan. Nog nooit is er een motorsloep zo snel te water gelaten en vol bier gegooid als nu. Terwijl het hele spul gewoon met vier mijl voortsukkelt, brengen wij het bier over. De runners zijn zeer tolerant, want dat er geen aardappelen, vlees of groente bij zit, wordt ons niet kwalijk genomen.

Terug aan boord hebben we het nog over deze "muiterij" en knikken veelbetekenend, als iemand zegt: Er staat hier een dikke swell en we gaan behoorlijk te keer. Hoe verder we komen, des te rotter wordt het zeetje, logisch want hier komen twee oceanen bij elkaar. De wind neemt ook steeds meer toe. Kaap de Goede Hoop, werd vroeger niet voor niets Stormkaap genoemd. De molen maakt flinke halen. Af en toe lijkt het of hij om wil sodemieteren.

De runners denken er blijkbaar net zo over, want ze staan met zwemvest aan naast een opgeblazen dingy aan dek. De ouwe brengt ons eerst een heel end voorbij de baai tegen het zeetje in, want nu met deze zee er dwars in te gaan liggen, dat is gekkenwerk.

Er lopen hier echte volwassen golven, zo hoog dat zelfs de molen af en toe uit het zicht is. Nu gaan we de draden op korten, zo dat we beter manoeuvreren kunnen. Op het achterdek, dat constant overspoeld wordt sta je af en toe tot aan je middel in het water. Ook ga je door de kracht van het zeetje onderuit en spoel je zowat overboord maar steeds vind je wel weer ergens houvast of grijpt een van je maats je op tijd bij je kladden en helpt je in één ruk weer overeind.

Als wij klaar zijn, worden alle blikken naar boven gericht, waar die ouwe op de vleugel bij de telegraaf staat. We moeten op het juiste moment rond, om het zeetje in de kont te krijgen. Voor het eerst op deze reis staan beide hoofdmotoren bij, nog wel "dead-slow", maar stand-by voor het echte werk.

De ouwe is de rust zelve. Hij neemt er alle tijd voor en kijkt voortdurend naar de zee. We staan vol spanning te wachten. Opeens geeft hij kalm een roercommando, rukt de telegraaf heen-en-weer en drukt hem naar "full ahead". Nu laat de oude dame zien dat ze nog pit in haar lijf heeft. Er komt een bult water onder de kont vandaan waar je u tegen zegt. Het achterschip zwaait rond terwijl we tegen een beste heuvel water op knokken en voor je begrijpt hoe hij het flikt, heeft die ouwe ons naast de onderlosser gebracht, die al rond komt.

Nu wordt de molen hoog opgetild en schuift aan de andere kant van die berg water weer naar beneden. De draad komt stijf en de molen begint rond te komen. De ouwe speelt constant met de telegraaf en geeft roercommando's, dat alles met een gemak waar je van staat te kijken.

Net voor de volgende grote jongen bij de molen is, ligt deze slaags en rijdt er rustig overheen. Mijn respect voor die ouwe is met sprongen gestegen, wat een zeeman!

Op ons gemak "surfen" we rustig voor het zeetje uit naar Kaapstad. We leveren de sleep af en nemen de runners met hun uitrusting aan boord. Het meeste gaat in het trossenruim maar de grote motorpompen worden aan dek tegen de beting gesjord. We bunkeren en provianderen. Waterladen hoeft niet, want zolang er een hoofdmotor draait, kunnen we in onze eigen zoetwaterbehoefte voorzien.

We blijven een nacht binnen en natuurlijk moet er 's avonds gestapt worden. We krijgen nog een preek over omgang met de gekleurde medemens in het algemeen en die van het zwakke geslacht in het bijzonder.

Stokslagen, in geval je A. Vul maar in en kleur de plaatjes…….! De volgende morgen vertrekken we richting IJmuiden, in afwachting van orders. We lopen economische speed, halve kracht op één motor maar wat een snelheid, wel 8 mijl, je zou er bang van worden. Nu de vijf runners weer bij ons aan boord zitten, moet ik mijn hut delen met Koperen Willem en nog een andere runner.

Dat is geen ramp want we zitten met zijn drieën in een vier persoons hut. Het is alleen niet zo geinig dat "Dakar" geen leuk klein hondje blijkt te zijn, maar meer een halfwas Duitse herder.

Het lieverdje heeft een vlijmscherp gebit en heeft al een paar keer diep in mijn kuiten gebeten. Een keer toen ik slaperig uit mijn kooi kwam en een keer toen ik 's nachts na mijn wacht voorzichtig zonder het licht aan te doen om de anderen niet wakker te maken, mijn hut binnen kwam. Het beest heeft al zoveel op zijn sodemieter gehad van Willem, dat hij een valse angsthapper is geworden.

Steeds weer probeer ik om vriendjes met hem te worden maar dan denkt hij dat ik bang voor hem ben en probeert weer te bijten. Het enige wat helpt is een kwaaie stem en een schopbeweging, dan kruipt hij jankend in een hoekje. Het liefst zou ik echt schoppen, onder de kloten van Willem wel te verstaan! We zitten nu ter hoogte van Senegal en hebben nog steeds geen orders.

Onze sparks zit weer, ver na pikheet, in zijn badjas aan een geroosterd boterhammetje te knabbelen, verdiept in de klassieken. Plots schiet hij overeind, sprint naar de radiohut terwijl zijn boek Mickey Spillane "Aasgier en Asfaltbloem" , totaal vergeten op het dek valt.

Na een minuut of wat komt hij met een telegram in zijn handen langs de toegestroomde nieuwsgierigen maar geeft geen antwoord op onze vragen en verdwijnt in die ouwe zijn hut.

De kok geeft te kennen dat hij allang weet wat de orders zijn: Dan komt die ouwe en duikt met de eerste stuurman in de kaarten en almanak. De automaat wordt op een nieuwe koers ingesteld en de machinekamer krijgt opdracht om ook de andere hoofdmotor te starten. De telegraaf gaat op volle kracht en we spuiten er met 14 à 15 mijl vandoor.

Koers en snelheid duiden niet op een reisje States maar meer op een "jop" in de buurt van de kust. Eindelijk krijgen we te horen wat er loos is. Ergens in een riviermonding ten zuiden van Dakar, zit een vrachtschip aan de grond. Het zit al dagenlang vast en loopt geen direct gevaar maar het is bijna springtij en dat mogen we niet laten verlopen, vandaar de haast. We arriveren bij het schip. Het is de "Hubert Prom", een Franse stammenboot, zo een met de brug achterop en heel zwaar laadgerei.

Het schip ligt op een zachte modderbank, zo vast als een huis. We maken een sleep verbinding per motorsloep en tegen het eind van de middag liggen we voor anker, op zo'n twee à driehonderd meter afstand van die boot, met de sleepdraad slap op de bodem tussen ons in. Na het eten zullen we een poging gaan wagen. Iedereen zit nu te schaften, behalve ik. Want wie heeft ankerwacht? Verdomme, moet er nu voor dat stomme halfuurtje schaften ook al wacht gelopen worden?

Ik heb honger en wil vreten! Ook wil ik niet straks beneden zitten als het spel gaat beginnen. Verrek wat is dat? Krijg nou de kolere, die pokkeboot beweegt, verrek als het niet waar is.

Nog even kijken voor de zekerheid, ja hoor die Fransoos komt steeds een beetje verder rond op de stroom. Ik vlieg naar de telegraaf en haal hem wel tien keer heen en weer, zo dat de bellen vanuit de machinekamer door het hele schip te horen zijn. De vetpriesters en olielui vliegen de machinekamer in, de dekcrew stormt aan dek en ik krijg te maken met een kapitein die vol argwaan naar mijn geestelijke gezondheid informeert.

Mijn opwinding is snel over en ik begin nu aan mijn waarneming te twijfelen, maar ik zeg: Als ik geen gelijk blijk te hebben, sta ik straks met mijn koffer op het vliegveld, dat zie ik zo duidelijk als wat in die ouwe zijn blik. Toch handelt hij direct. De motoren draaien al. Hij geeft twee commando's: Nog voor dat de sleepdraad stijf komt ziet nu iedereen het schip bewegen maar op die Fransoos is geen hond te zien.

Die zitten natuurlijk ook te schaften en hebben niet in de gaten dat ze, zonder onze hulp, al vlot zijn gekomen. Die ouwe maakt er een hele show van.

Hij hangt even flink aan de fluit, zo dat die lui daar attent gemaakt worden op het gebeuren. Dan laat hij ons met grote halen van BB naar SB scheren zodat de neus van de stammenboot heen en weer gaat en het net is alsof we hem loswrikken uit de modder.

Aan boord van die Fransman staan mensen te juichen en ons aan te moedigen, alsof we het op handkracht doen in plaats van met diesel power. Terwijl we ze naar diep water slepen zeggen we tegen elkaar: Na de berging van die Franse stammenboot zijn we met losse boot naar Dakar gegaan voor bunkeren en stores.

Het is nog geen pikheet als we vastliggen en de boots roept Wimpie de andere o. Dat lijkt me een mooi joppie voor jullie twee en als je klaar bent mag je wat mij betreft gaan stappen, dus als je een beetje doorwerkt sta je voor drieën aan de wal maar een van de twee heeft boordwacht en moet voor achten weer aan boord zijn, toss er maar om.

We gaan het werk eens bekijken. Op het sloependek zit een isolatie laag van een centimeter of zes, van een soortement kurk met cement. Het spul is waarschijnlijk net zo oud als de "Zeeland" zelf en zit vol scheuren en gaten.

We nemen allebei een pot "Boottop" met een flinke kwast en beginnen met afzetten daar waar het nodig is. Pikheet slaan we over. We werken met een Jezus gang en dat is te zien ook maar een kniesoor die daar op let. Nu moeten we vierkante meters produceren, dus gooien we de geheime wapens in de strijd.

Wimpie begint een bus "Boottop" uit te gieten over het dek en ik strijk het uit met een grote vloer wisser en een ouwe luiwagen. Af en toe moeten we eerst weer een paar grote bussen tjet halen, want het sloependek lust heel wat liters op deze manier.

We zweten als otters en onze koppen zien nog rooier dan de "Boottop" maar we zijn wel tegen half twaalf klaar. Staande op de bovenste tree van de trap naar dek, kijk ik vol trots naar ons werk. Het ziet er prachtig uit, zelfs de scheuren en gaten zijn zo goed als verdwenen. We staan ons schoon te maken met een lap peut, daar komt de boots: De boots is hier nog niet van overtuigt en loopt de trap op tot voor het lijntje dat we daar gespannen hebben.

Hij laat zijn blik over ons kunstwerk gaan en komt met een verbaasd gezicht weer naar beneden. Hij voelt op zijn klompen aan dat er iets niet klopt.

We rennen onder de douche door, trekken een schone pendek, shorts en T-shirt aan. Snel een happie eten, nog even naar boven voor poen en hup de wal op. Daar doen we de dingen die zeelui verondersteld worden te doen, zoals het bezoeken van musea en andere bezienswaardigheden.

Wimpie is de lul en neemt een taxi naar de boot, terwijl ik me weer bezig hou met wat Dakar aan cultuur te bieden heeft. Na nog even een bed te hebben opgezocht, alwaar ik de slaap niet vatten kan en binnen een half uur weer op straat sta, ontmoet ik een ploegje van de "Zeeland" waarmee ik nog veel meer cultuur opdoe.

Al dat moois bekijken maakt dorstig en ondanks dat ik op aanraden van de kok mijn cola goed verdun met een plaatselijke specialiteit, raak ik goed in de lorum. Wanneer ik de anderen er van probeer te overtuigen dat ik nog even terug naar dat ene museum moet om een liggend naakt aan een nadere inspectie te onderwerpen, pakt de bootsman me in mijn lurven en gooit me achter in een taxi. Ik ga tot IJmuiden nergens meer de wal op, dat weet ik wel zeker! Overdag werk ik wat aan dek maar echt productie leveren is er niet bij.

Tot overmaat van ramp staat bootsman Rinus ook nog tegen me te schreeuwen en ik heb al zo'n koppijn. Alles plakt nog als de verdommenis, dat is in nog geen zes weken te belopen, stelletje tuig dat jullie zijn! Vooruit vertel op, wat hebben jullie gedaan'? Erger dan dit kan het niet worden, dus biecht ik alles maar eerlijk op en eindig met: Had er dan op zijn minst een sloot siccatief door gepleurd'.

Rinus, die als het er op aankomt een goeie vent is, verlinkt ons niet bij de eerste stuurman. Wel zegt hij tegen hem dat deze partij Boottop toch echt niet deugt. Deze avond heb ik boordwacht en blijf moederziel alleen achter.

De eerste uren ben ik zoet met het piepers jassen voor een man of dertig. Tussendoor komen er nog vier Japanners van dat schip verderop de "Bikken Maru" of zo in gebarentaal vragen ze of ze even in de vetput mogen kijken.

Wat mij betreft kunnen ze kijken wat ze willen, zolang ze hun takken maar thuis houwen. Ik hou ze nauwlettend in de peiling maar ze blijven netjes overal van af. Wel staan ze even te zoeken naar de manoeuvreerstand. Die zie je al gauw over het hoofd, want dat is niet meer dan een ebonieten wieltje met een wijzertje er aan, zoals je wel op schakelborden in fabrieken ziet.

We hebben twee G. Die leveren de stroom voor een dikke elektromotor met vertragingskast die op de schroefas zit. En met het ebonieten wieltje regel je alles, het heeft zowat dezelfde uitslag als het handel van de telegraaf, pijltje omhoog is stop, pijltje op acht uur is vol vooruit en pijltje op vier uur is vol achteruit, een kind doet de was.

Van vol vooruit naar vol achteruit is een kwestie van één polsbeweging en neemt slechts enkele seconden in beslag. Wanneer ik laat blijken dat de rondleiding er op zit, vertrekken de heren onder veel dankbetuigingen. Dat neem ik tenminste aan als ik hun beleefd lachende gezichten zie, want verstaan kan ik ze niet en voor hetzelfde geld trekken ze de huwelijkse staat van mijn ouwelui in twijfel.

Nog een uurtje piepers jassen en dan maar eens een boekje van de sparks "lenen" uit het rekje in de officiersmess. De nacht sleept zich voort, het is al over drieën en er is, vreemd genoeg, nog niemand terug van de wal. Dan hoor ik remmen piepen op de kaai. Terwijl ik aan dek ga hoor ik hoe een mannenkoor, met veel enthousiasme en weinig talent, "de klok van Arnemuiden" ten gehore brengt. De vlakke laadvloer wordt geheel in beslag genomen door een grote getraliede kooi met aan de achterkant een trapje van drie treden dat naar een traliedeur met hangslot leidt.

Er stopt nog een politieauto, een Peugotje waar drie agenten uitkomen die met hun knuppels tegen de tralies slaan en 'silence' roepen. Daar storen de mannen zich niet aan en zingen vol vuur een voor mij nieuwe versie van "Aan het strand stil en verlaten" en eindigen dit schone lied met: Ik probeer uit te vinden wat er aan het handje is, maar de mannen weten dat ook niet en de smerissen laten weten dat er eerst een hogere pief bij moet komen.

De heren van het koor geven te kennen dat ze wel trek hebben in een bittergarnituurtje en als dat niet kan, dan toch op zijn minst een boterhammetje met iets hartigs, 'en doe er ook maar een pilsie bij'.

Ik wip aan boord en maak een stapel sandwiches met worst en kaas, pleur deze op een dienblad dat ik op een doos Tuborg zet en breng dit aan de wal. Gek genoeg, houden de smerissen me niet tegen. Wanneer ik begin uit te delen, komen er steeds meer handen door de tralies.

Het hele tafereeltje doet me aan iets denken en ik sta plots te brullen van het lachen, de tranen lopen over mijn smoel. Nog na hikkend zeg ik: Aan het gezicht van die ouwe is te zien dat als er geen tralies tussen ons zouden zitten, er wel eens iets heel akeligs met me zou kunnen gebeuren. Na het voederen der dieren, duurt het nog meer dan een uur voordat de hogere pief wordt voorgereden. Deze heeft meer goud op zijn schouders en kijkt ook een stuk intelligenter uit zijn ogen dan zijn ondergeschikten.

In het kort komt het hier op neer: In de stad gaat er een etalageruit van een juwelier aan gruzelementen. Op het bureau gaat het alarm af. De agentjes rijden rond, maar kunnen geen dader s vinden. De bemanning loopt net op dat moment naar de taxistandplaats. Op het bureau blijkt spoedig dat de mannen niets met de zaak te maken hebben dus worden ze op staatskosten naar de haven gebracht. Maar om zulke gevaarlijke individuen op vrije voeten te stellen, moet er eerst een hogere pief op de proppen komen.

Deze lag net lekker voor anker achter Kaap Kont en was niet zo blij dat 'ie anker op moest. Iedereen mag nu weer aan boord maar eerst even de paspoorten laten zien, want anders gaat het feest niet door. Omdat je wel heel stom bent als je in dit soort landen je paspoort in je zak steekt, blijft iedereen mooi zitten waar ie zit.

Nu gaan de blikken naar mij. Maar om in de hutten naar zo'n dertig paspoorten te gaan zoeken lijkt me ook niet alles. Dan zegt die ouwe: Na een paar dagen is het hele gebeuren alleen nog maar een goed verhaal voor thuis of in de kroeg.

Alleen moet ik de eerste weken niet hardop lachen als die ouwe in de buurt is, want dan begint 'ie gelijk vuil naar me te kijken. En nú zitten er géén tralies tussen! De koers is weer noordelijk, met als voorlopige bestemming IJmuiden.

We zijn onderhand al met al meer dan vier maanden onderweg en willen wel weer eens naar Holland, want straks komen de feestdagen en die vier je liever thuis. Dat kunnen we wel schudden, want alweer komt de sparks met een telegram bij die ouwe en alweer is het de kanenbraaiër die precies weet wat er in staat.

De kok ziet nu zowat paars, hij tilt zijn mes hoog op en doet een stap naar voren. De "dekzwabber" trekt zijn matrozenmes, buigt licht voorover en zakt wat door zijn knieën. Hij houdt zijn mes laag met de punt schuin omhoog en wacht kalm af wat ons kokkie gaat doen. Tot zover was het leuk maar nu is het tijd om in te grijpen. De schuimbekkende kanenbraaiër, die niet beseft dat hij tegen een ex-marinier geen enkele kans maakt, dringen we zachtjes de kombuis weer in.

De ouwe, die niet begrijpt waarom we nog niet boven staan om het laatste nieuws te vernemen, is zelf maar eens afgedaald en treft ons aan terwijl we de kok staan te kalmeren. De kanenbraaiër begint weer te sputteren: De ouwe, die wel door heeft dat er hier wel wat meer aan het handje is maar ook ziet dat de brand al geblust is, gaat er niet verder op in.

De bergingsinspecteur, Kapitein Gatensleber, is daar al. We kunnen er morgenmiddag zijn. Dat was het, o ja jongens, niet met zijn allen die kanenbraaiër zieken, want dan wordt het eten nog slechter dan het al is. Nog voor de kok genoeg adem bij elkaar gehapt heeft om op déze dodelijke belediging te reageren, is die ouwe alweer vertrokken. We naderen de kust en wie niet ergens anders nodig is staat voor op de bak, nieuwsgierig naar de job.

Langzaam komt er wat tevoorschijn boven de van hitte trillende horizon. Op het eerste gezicht is het net de Hollandse kust. Alleen is het hier bloedheet en zie je de schoorstenen van de hoogovens niet, anders zou je zweren dat we IJmuiden aanlopen. We komen dichterbij en zien dat duinen een stuk lager zijn dan thuis. Op het strand doemt ook iets op maar dat is niet een "vissermannetje", dat is een ouwe Duitse IJsland-trawler, groter dan een coaster, echt een joekel van een ding.

Er lopen hier haast geen golven, alleen een lange oceaandeining, dus gaan we langszij de "Help" zodat de hogedruk kan overleggen. De "Help"is een bergingsvaartuig dat in de oorlog werd gebruikt om de anti duikbootnetten voor haven ingangen open en dicht te trekken. Ook heeft ze nog meegedaan bij de landing van de geallieerden in Normandië, met het aanleggen van kunstmatige havens en het opruimen van versperringen. De oude dame heeft in de machinekamer een prachtige stoommachine staan en ook de lieren aan dek gaan op stoom.

Hm, wat ruikt dat toch lekker. Wat we vooral kunnen waarderen, is een hoekje van het ruim dat ze tot bar hebben omgebouwd. Het is helemaal in stijl ingericht, met visnetten en van alles wat je maar uit kroegen jatten kan.

Maar het allermooist is een jukebox, die het nog doet ook, compleet met een stel platen waar de achterkant bijna doorheen klinkt. Komen jullie vanavond "een beetje doen"? Die kanenbraaiër van jullie is verdomme nog duurder dan een goeie hoer. We ruilen de boekenkisten om en gaan terug aan boord, want het topoverleg boven is afgelopen. We gooien los en gaan een kwart mijltje verderop voor anker.

De motorsloep gaat te water zodat we vanavond naar het feest kunnen. Als we de kok vragen of hij een geeltje wil verdienen, zegt hij direct ja maar begrijpt vervolgens niet waarom we met zijn allen in een deuk liggen van het lachen.

Ondanks dat ik mijn plechtige gelofte om "voor IJmuiden niet meer de wal op te gaan" niet gebroken heb, word ik toch weer wakker met een knaap van een ongecastreerde kater. Vandaag gaan we met de sloep naar het strand om terplekke de zaak eens op te nemen De "job" is een gewezen Duitse trawler ze is nu Italiaans en haar naam is: Ze is, onder een hoek van dertig graden met de kust, met een behoorlijk gangetje het strand opgelopen.

Volgens de geruchten 's nachts bij heldere hemel, net na volle maan en met weinig wind. Er doen allerlei indianenverhalen de ronde, waarvan we er drie als redelijk geloofwaardig uit selecteren.

Het ging om de centen van de verzekering. Ze zat tjokvol wapens voor de "Polisario" rebellen. Een en twee samen. Van een ding zijn we overtuigd, ze hebben haar met opzet laten stranden. Er zitten hier langs de kust veel rotsen voor het strand maar de "Saipa Prima" is "toevallig" net langs het enige vrije straatje omhoog gekacheld.

Er ligt een sleepdraad in zee, met de ene tamp op de trawler en de andere aan een neuring onder een boeitje. Die is van die namaak bergers van Smit vies woord , die hier ook al bezig zijn geweest, maar hals over kop weg moesten en de draad netjes voor de echte bergers lieten liggen. Dat kan ons nog een mooi zakcentje opleveren, we zullen op ze drinken. We stappen in de motorsloep en varen richting strand. Er staat nog steeds weinig wind maar de oceaandeining zorgt toch voor een zware branding.

Het is precies als in die Hawaï films, waarin ze op een plank van die hoge brekers af surfen. Met een rotgang komen we, met de kont omhoog en de neus naar beneden, het strand op stuiven. Wij zijn zeiknat en de sloep staat halfvol water maar de adrenaline stroomt door mijn lijf en mijn kater is verdwenen. De "Saipa Prima" ligt hier al een pikheetje en staat aan alle kanten stijf van de roest. Er zijn een paar mensen van de "Help" aan boord maar ze maakt een verlaten indruk en doet niet alleen denken aan een walvis die al een maandje op het strand ligt maar stinkt ook naar rotte vis.

Een troosteloos geheel, zelfs voor bergers. Dat laatste betekent Goud Rivier maar een rivier zal je hier niet vinden en goud zit hier hooguit in de kiezen van een ouwe legionair. Wat je hier wel vindt? Wat dacht je van zand, zand en nog er eens zand, dan nog een enkele bedoeïen al dan niet tot het Polisario behorend en ca. Dat is niet zo bekend als het Franse legioen maar doet er, qua wreedheden, niet voor onder.

De sloep wordt weer het water in gesleurd en gedraaid. Een man aan het roer, een man bij de motor en acht man buitenboord om de kop naar zee te houden. We staan het ene moment tot de knietjes in zee en het volgende moment slaat er een golf over ons heen en worden we met sloep en al weer op het strand gekwakt. Maar we leren snel en komen door de branding maar wel weer met een beste plons water in de boot. Terug op de "Zeeland" zijn we het er over eens dat, hoewel het zeer opwindend is, we toch niet meer met de sloep naar de wal moeten gaan.

Dan komt die ouwe met het idee om het reddingsvlot, dat de runners bij aanloop Kaapstad uit voorzorg opgeblazen hadden, te gebruiken. Dat ding hebben we toen leeg laten lopen en omdat het nooit meer in zijn container paste, opgerold in het trossenruim gegooid.

De 12 persoons dingy wordt voorgaats gehaald en we zetten de luchtslang erop. We snijden de tent eraf maar laten de bogen zitten. Een drijflijn er aan en klaar is kees. We maken heel wat ritjes naar het strand, heen op het zeetje en terug met de lijn op de kop van de winch. De dingy gaat met slecht weer als een wild paard te keer en wie zich dan niet met twee handen vasthoudt, wordt er met een sierlijke boog uit geslingerd en moet zwemmend naar de kust.

Maar afgeladen of bijna leeg, om gaat hij nooit. De "Help heeft, na eerst zijn beide grondtakels goed vast te hebben getrokken, een sleepverbinding gemaakt. Wij maken ook verbinding en dan is het wachten op springtij,. Op de "Saipa Prima" zit nu een ploeg mensen van zowel de "Zeeland" als de "Help". We bivakkeren onder de bak en slapen op luchtbedden.

Overdag is het bloedheet maar daar zijn we al een tijdje aan gewend. Wat we niet wisten, is dat het tegen de morgen letterlijk ijs en ijskoud kan zijn, wel een graad of 15, brrrr!

Voor het eerst sinds maanden moet er een deken over. Overdag gaan we de omgeving verkennen, alles is hier zandduinen met hier en daar wat rotsformaties.

Er groeit hier niets, geen struik, geen plant, geen gras, alles is kaal maar wel van een woeste schoonheid. We zien sporen van dieren, van slangen, hagedissen en kleine knaagdieren. En 's morgens vroeg vinden we afdrukken van hyena's pal naast de loodsladder, ik ben blij dat ze geen klimles hebben gehad. Overdag hebben we, buiten een paar huishoudelijke karweitjes zoals zand uit onze "slaapzaal" vegen en een nieuwe latrine graven, niets te doen. Ik maak kilometers lange wandelingen in mijn blote bast, verbranden doe ik al lang niet meer en ik ben zo zwart als een neger.

De woestijn is saai, dor en eentonig maar……….. Opeens zie ik de overeenkomst met de zee, de woestijn is weids, uitdagend, afwisselend en nooit hetzelfde. Ondanks dat ik geen behoefte voel om een tweede Lawrence of Arabia te worden, kan ik nu wel begrijpen wat iemand bezield om hier aan het zwerven te gaan.

Op zekere dag staat er opeens een bedoeïenentent zo'n twee honderd meter van het strand. Eerst zien we niet veel van de bewoners maar na een paar dagen krijgen we oog contact met een soort van Ali Baba. Hij ziet er gevaarlijk uit, met een woeste baard en dito snor, gekleed in een lang gewaad met hoofdtooi, compleet met een oud Garrand geweer en een kromme dolk.

Hij woont samen met zijn vrouw, een dochter en zijn schoonmoeder in zijn tent. De arme man, alleen tegen drie vrouwen, wat een ellende! Ik vraag me alleen af waar die geruchten vandaan komen, 't zal wel weer kombuispraat zijn, gevoed door een flinke portie kutnijd.

We zijn nog niet de sensatie vergeten toen we met de sloep het strand op kwamen surfen, daarom zoeken we naar middelen om een surfplank te maken. Zo'n ding moet voldoende oppervlak hebben en ook nog eens heel licht zijn.

We piekeren ons suf maar de oplossing ligt pal onder onze neuzen, of liever gezegd, onder onze ruggen. Luchtbedden, hard opgeblazen, zijn ideale surfplanken.

Oké, je kan er beter niet op gaan staan maar ook liggend op je buik gaat het loei hard. Vooral als er ver weg op de Atlantic een puist wind staat, dan lopen hier beste zeeën. Om te surfen, lopen we eerst met ons bedje honderd vijftig meter naar het zuiden.

...

Klaarkomende meisjes prive ontvangst breukelen

Toiletslaaf gezocht sex afspraak Op de molen is de ladder gedemonteerd en zijn de emmers op dek gelast, om het zwaartepunt voorzichtig neuken lekkerehomo te brengen. Dat ijzerhout het soortelijk gewicht van een spoorrail heeft en dat 4 prive ontvangst zaandam sex lelystad misschien ook niet de juiste snelheid is om topsport te bedrijven, ach dat zijn alleen maar lastige details waar je niet op moet letten. In plaats van koffie drinken, gaan we zoeken maar we vinden hem niet. Ik kijk naar mijn maats die ook net overeind krabbelen, zij zijn al net zo mooi getatoeëerd. Het mooist is het als het je lukt om met je voeten bovenop zo'n beest terecht te komen, want dat levert 10 extra punten op. Dikke negerin anaal sexs filpjes · Neuken voor euro meisjes die elkaar beffen Turkse meid geneukt negerinnen anaal · Kut dicht naaien stiefvader neukt dochter Sex in zeeland op zoek naar sex · Lekker tiener kutje grote kut beffen. 28 dec preuts ook al hebben ze er veel sex in. maar sex heeft hier niets mee te maken. Wij nemen dan vlaanderen en maken van zeeland de grootste Geen files, dicht bij zee, werk online, Gent, Brussel en Parijs .. Ow kut we waren nog maar bij leegloop van Zeeland en Limburg, achja het begin is er. 22 april Yoka heb je mijn rijpe kutje gestuurd Bekijk alles 34 reacties. lekkere kutjes eentje staat zelfs een beetje open beffen en dan lekker neuken. zoals: Kale Kut Films en Fotos met heerlijke kale natte kutjes Lesbische sex, Negerin prive ontvangst kut dicht naaien escort in zeeland sex date limburg.

Kut dicht naaien escort service zeeland